Geschiedenis van Laakdal

Op nieuwsarme dagen is het goed om her en der wat te scrollen en … merkwaardige dingen te vinden. Dingen die wellicht alle inwoners van Laakdal aanbelangen als “Wat was er voor de fusie van gemeenten in 1977 ?” Oftewel ‘De voorgeschiedenis van Vorst – Veerle en Eindhout’ , in 1977 versmolten tot Laakdal. (kijk onderaan de bronnen die geraadpleegd werden)

Geschiedenis van Laakdal

toestand vandaag op dezelfde plaats …zonder woorden

De fusiegemeente Laakdal werd gevormd op 1 januari 1977. In feite is het dus fout om hier over ‘Laakdalse geschiedenis’ te spreken. De deelentiteiten van Laakdal: Eindhout, Varendonk, Veerle en Vorst kunnen namelijk op een veel langere en echte geschiedenis terugblikken. Deze geschiedenis is voor elke entiteit verschillend, aangezien ze ressorteerden onder verschillende grondheren, bestuurlijke indelingen en bisdommen.

** De Laak (met bijrivieren Kleine- en Rode Laak) is tegenwoordig één van de meest vervuilde waterlopen in België. Bij hevige regenval in de winter overstroomt ze vaak. In een droge zomer krimpt ze tot een grachtje. Niet moeilijk, want ze is al meer dan twee decennia lang niet meer geruimd. (foto’s uit 2016 – twee van gisteren…)

* De start van geschiedenis wordt over het algemeen gelegd bij het eerste geschreven document, ervoor spreken we van archeologie. In die zin begint de geschiedenis van de Laakdalse deelgemeenten op heel verschillende momenten, met Vorst als eerst genoteerde naam.

* In 877 bevestigde de West-Frankische koning Karel de Kale aan de abdij van Nijvel het bezit van Vorst. Deze bevestiging werd in 897 door Zwentibold, koning van Lotharingen, herhaald. De abdij was niet bij machte de ver afgelegen bezittingen te besturen en gaf haar bezit na verloop van tijd in leen aan de familie Vandergalen, bezitters van een leenhof op de Borcht.

** Vanaf de twaalfde eeuw begonnen de Graven van Leuven en later de Hertogen van Brabant hun voogdijrechten op abdijen en kloosters uit te breiden en eigenden ze zich vele rechten en bezittingen toe. Dit gebeurde ook met Vorst.

* In de dertiende eeuw bezat de Hertog van Brabant de rechten op de nog niet ontgonnen gronden en de heerlijke rechten. De abdij van Nijvel en haar leenmannen, de Vandergalens, behielden de rechten op de oudst ontgonnen gronden en de rechten verbonden aan de kerk die ze in Vorst gesticht hadden, zoals de tiendeninning en het benoemen van de pastoor.

* In 1304, twee jaar na de Guldensporenslag, gaf de hertog zijn rechten in Vorst (samen met de helft van Meerhout) in leen aan Hendrik van Meldert. Via diens dochter bleef Vorst een eeuw lang in de familie van Wijer, een bastaardtak van de van Wezemaals.

* Door huwelijk kwam dit in 1398 onder bewind van de familie van Diest. Aangezien deze familie ook de andere helft van Meerhout bezat, hadden zij hier vanaf nu een groot geheel in handen.

* In de loop van de vijftiende (vanaf 1401) en zestiende (vanaf 1501) eeuw vererfde Vorst samen met de andere Diestse bezittingen op de van Nassaus, die vanaf de zestiende  eeuw ook prinsen van Oranje waren.

* Vanaf 1660 vormden Groot-Vorst en Meerhout een eigen heerlijkheid onder eenzelfde drossaard. De dorpen hadden een gezamenlijke gevangenis op de Borcht. Deze situatie zou blijven bestaan tot in 1794 toen de Oostenrijkse Nederlanden (het huidige België en Luxemburg) bij het Napoleontische Frankrijk werden ingelijfd.

** Als gevolg hiervan bevindt een deel van de Vorste archieven zich in het nationaal archief in Den Haag, dat de archieven van de Nassause Domeinraad heeft overgenomen. Op kerkelijk vlak hadden de Vandergalens in de 14e eeuw hun rechten op de kerk, die ze te leen hielden van de abdij van Nijvel, overgedragen aan de abdij van Averbode.

* Veerle verschijnt pas veel later in de geschreven bronnen. Het was omstreeks 1200 in het bezit van het kapittel van Bierbeek. Dit kapittel werd rond die tijd samen met al haar bezittingen door de heren van Bierbeek aan de St. -Nicasiusabdij van Reims geschonken. Deze abdij vormde het kapittel om tot een priorij die verder de bezittingen bestuurde.

** Omstreeks 1300 verkocht de priorij al haar bezittingen in Veerle aan de abdij van Averbode. Deze bezittingen besloegen vooral de oudst ontgonnen gronden en de kerkelijke rechten, zoals de tienden.

* In Veerle waren het de machtige heren Berthout uit Geel die zich hadden opgeworpen als dorpsheren  die de rechten op de onontgonnen gronden en het bestuur verwierven.

* Hierdoor ressorteerde Veerle tot het einde van het ancien régime onder het Land van Geel, dat later opging in het Markizaat Westerlo toen de familie de Merode het land van Geel via erfenis verwierf.

** Naast de bezittingen van de priorij van Bierbeek had de abdij van Averbode ook het patronaatsrecht van ‘de kerk van Veerle’ verkregen van de bisschop van Kamerijk. De grens tussen de bisdommen Kamerijk en Luik, die wellicht erg oud is, liep immers dwars door Laakdal. Veerle hoorde onder Kamerijk, Vorst en Eindhout onder Luik.

* In Eindhout stond de familie Berthout nog sterker: ze had er het bestuur, de kerk en de gronden in handen. Al vroeg werd hieruit een deel afgesplitst dat in handen kwam van de abdij van Tongerlo, het zogeheten Eindhout-Hamme. Dit vormde in de praktijk een aparte gemeente en fuseerde pas op het einde van het ancien régime met de rest van Eindhout. Midden dertiende eeuw hadden de Berthouts hun rechten op de kerk van Eindhout afgestaan aan de abdij van Averbode.

* Varendonk tenslotte was een kleine heerlijkheid die oorspronkelijk afhankelijk was van de Berthouts. Nadat een van hun leenmannen dit in de twaalfde eeuw afstond aan de abdij van Averbode groeide het uit tot een aparte gemeente, vergelijkbaar met Eindhout-Hamme in Eindhout.

* Varendonk zou ook na het ancien régime een aparte gemeente blijven tot het bij de fusies in de tweede helft van de twintigste eeuw bij Veerle werd gevoegd.

** Zoals uit bovenstaande blijkt, speelde de norbertijnenabdij van Averbode een belangrijke rol in de economische en religieuze ontwikkeling van de Laakdalse deelgemeenten.

* In de late middeleeuwen zorgde de abdij van Averbode ook voor een onafhankelijk bestuurlijk statuut, los van het Land van Geel, voor de gebieden Varendonk, Blaardonk en Watereinde. Dit zou het begin betekenen van de latere miniatuurgemeente Varendonk, zonder kerk of school.

** Vanaf de veertiende eeuw bestuurden de norbertijnen van Averbode ook de parochies, al waren deze in verschillende bisdommen gelegen. Eindhout en Vorst behoorden tot het bisdom Luik en Veerle behoorde tot ‘het bisdom Kamerijk’.

* De dorpen ontwikkelden zich verder aan een bescheiden knooppunt van wegen, waarvan de weg van Diest via Geel naar Turnhout de belangrijkste verkeersader was.

* In het kielzog van de linnennijverheid in de nabije steden en gemeenten als Diest, Geel en Mol kon er ook een beperkte textielnijverheid plaatsvinden, maar landbouw bleef de belangrijkste bron van inkomsten voor de lokale bevolking.

** Na het einde van het ancien régime kwamen de Laakdalse deelgemeenten allemaal terecht in het nieuw gecreëerde ‘departement der twee Neten’, later ‘de provincie Antwerpen’. Al vanaf de zeventiende eeuw was er een evolutie aan de gang waarbij een beperkt aantal families die op regionale schaal actief waren, steeds meer rijkdom en macht in handen kreeg.

* Dit zette zich door in de negentiende eeuw, toen een arme boerenbevolking grond pachtte van enkele rijke families. In Veerle was dit de familie De Zerezo de Tejada, die aan de Diestsesteenweg een kasteeltje bouwde.

* In Vorst was het de familie Schollaert, die o.a. een Belgisch premier leverde die in Klein Vorst een kasteeltje, het huidige kasteel van Meerlaar, oprichtte.

* In Eindhout was het de familie Vander Elst uit Brussel, die in 1854 het kasteel aan de Ossenstalhoeve liet bouwen. Het enige restant hiervan is de massief eiken trap die door dr. Jozef Weyns werd gebruikt bij de oprichting van zijn woning ‘Ter Speelbergen’ .

Geraadpleegde bronnen:

° LEENDERS, K.A.H.W., Van Turnhoutervoorde tot Strienemonde: ontginnings- en nederzettingsgeschiedenis van het noordwesten van het Maas-Schelde-Demergebied (400-1350), Walburg, 1996.

° LWGH, Jaarboek van Laakdal, 1 (1982), Laakdal, 6-7

° VAN LIEFFERINGE, Nick, Resultaten van het archeologisch onderzoek te Laakdal (Vorst) – Oost-Molenveld, s.l., 2009.

° VAN GEHUCHTEN, François, Veerle, arm en trots, Tielt, 1997.

° VAN GEHUCHTEN, François, Vorst groot en klein (877-1976), Laakdal, 1995.

NIEUWE START

Afgelopen weekend maakte de jumelagevereniging Laakdal-Tonisvorst een doorstart . Na twee héél stille jaren wegens corona-toestanden zaten de twee comitees (het Belgische en het Duitse) eindelijk weer samen om een programma voor 2022 af te spreken.

Jan Nysmans, voorzitter: “Van de stille periode maakte onze vzw gebruik om de werking en organisatie bij te schaven. Het bestuur werd aangepast en de statuten kregen een update naar de nieuwste richtlijnen van de overheid. Nieuwe, enthousiaste mensen zijn natuurlijk nog altijd welkom.”

Paul Mondelaers, penningmeester: “Het programma voor 2022 belooft spetterend te worden met uitwisselingen op vlak van jeugd, sport en cultuur. Ik kan de lezers van ‘Gazet van Laakdal’ al een primeur meegeven: de chirogroep van Groot-Vorst gaat in 2022 met meer dan 150 personen op kamp in Vorst-Duitsland! Uwe Leuchtenberg, de burgemeester van Tonisvorst, vond het  een goed idee en beloofde zijn steun aan de organisatie.”

Verenigingen die ook contacten willen met het Duitse ‘Vorst’, mogen steeds beroep doen op de vrijwilligers van de jumelagevereniging. Met meer dan 20 jaar ervaring helpen ze ideeën realiseren. Desnoods kan de jumelagevereniging ook een financieel duwtje in de rug geven.

Meer info: Paul Mondelaers, 0473/383437 of via mail jumelagevereniging@gmail.com

Op de foto vlnr : Jan, Harry, Monique, Detlev, Christa, Regina, Peter en Paul

weg met die leidingenstraat !

Gisteren zondag 22 augustus voerde Groen Laakdal en Groen-volksvertegenwoordiger Staf Aerts actie tegen de plannen van de Vlaamse regering om een leidingenstraat aan te leggen dwars door het Laakdalse herdenkingssbos in de buurt van Makelhoeve.

* ‘Unieke natuur uit Laakdal en een bos met emotionele waarde opofferen voor een gedateerd energiebeleid daar komen wij tegen in actie,’ klinkt het bij Groen.

* De ondergrondse leidingen voor de chemische industrie verbinden de Antwerpse haven met het Duitse Ruhr-gebied en zijn 50 tot 70 meter breed.

* “De plannen die nu voorliggen, bedreigen heel wat waardevolle natuurgebieden, in Laakdal en omgeving. Meer bepaald Oosterbos en het Eindhoutbroek , twee bossen van het Vlaams  Ecologisch Netwerk (VEN). Het tracé zou daar dwars door de veenlagen snijden, wat nefast is voor de huidige vegetaties. Zo kan ook de opgeslagen CO2 vrijkomen,’ zegt Paul Mondelaers, Groen-gemeenteraadslid in Laakdal

* Mondelaers is er ook niet over te spreken dat de leidingenstraat zou raken aan het herdenkingsbos op het zuidelijk tracé van de leidingenstraat. Een perceel dat is aangeplant met herdenkingsbomen heeft een bijzondere emotionele waarde. ‘Hier horen geen leidingen thuis.’

* Het Groen-gemeenteraadslid wil ook een lans breken voor de leefbaarheid van Eindhout: ‘Elk plan van de Vlaamse regering om leidingen te leggen, gaat ten koste van de groene buffer tussen E313 , Seveso-bedrijven en de dorpskern. Hierdoor wordt de leefbaarheid serieus op de proef gesteld. Dat kan ook niet door de beugel voor ons.’ 

 

* Groen-Parlementslid Staf Aerts plaatste de vraagtekens in een breder perspectief. ‘De discussie moet om te beginnen gaan over de vraag of de leidingenstraat eigenlijk wel nodig is. Zoals het project nu beschreven is, lijkt het vooral de oude fossiele industrie ten goede te komen.”

MArkENTOREN zICHEM

Dé toren van Zichem langs de Demer wordt ook Maagdentoren, Lantaarntoren of Vat van Zichem genoemd. De functie die de toren had, is tot op heden niet erg duidelijk.

Hij was gebouwd als versterkte woontoren met alle voorzieningen als haarden, latrine, lampnissen, verluchtings- en verlichtingsgaten, maar zou nooit bewoond zijn.

Was hij eerder bedoeld als verdedigingsbouwwerk of louter als een prestigemonument? Persoonlijk gaan we er van uit dat Markentoren het dichtst bij de waarheid ligt. Een toren op de grens van Brabant en Het Land van Loon. Lees er alleszins meer over … en druk op rood.

https://nl.wikipedia.org/wiki/Maagdentoren_in_Zichem

Lees ook …

https://www.toerismevlaamsbrabant.be/producten/bezoeken/bezienswaardigheden/maagdentoren/

Ontdek ‘de Merode’ per fiets

Nu ook fietsverhuur op de site van de voormalige stoomzagerij

Door de inspanningen van het gemeentebestuur van Laakdal en de Stichting Kempens Landschap wordt de voormalige stoomzagerij in Laakdal een bruisende site.

Deze parel van industrieel erfgoed wordt omgetoverd tot een toeristische onthaalpoort. Naast de 7 Tuktuks kon je al vanaf 21 juli vanuit de stoomzagerij het platteland van de Merode ook per fiets verkennen.

De oude stoomzagerij van Laakdal

De 19de eeuwse Stoomzagerij Beyens ligt pal in een woonwijk ten westen van het centrum van de Laakdalse deelgemeente Klein Vorst. Sinds eind jaren zestig is de tijd er blijven stilstaan. Dit industrieel erfgoed werd in 1993 als monument beschermd en in 2001 kocht de gemeente Laakdal de zagerij grotendeels aan.

Na een jarenlange leegstand heeft de gemeente het gebouw in eer hersteld en een nieuwe functie gegeven. Om dit proces in goede banen te leiden deed de gemeente beroep op Kempens Landschap.

Kathleen Helsen, covoorzitter van Kempens Landschap en gedeputeerde van de provincie Antwerpen licht toe: “Met Kempens Landschap hebben we – vanuit onze expertise met andere erfgoeddossiers – steeds mee geijverd voor een goede oplossing voor de stoomzagerij. Het monument moet niet alleen hersteld maar ook ingebed worden in de ruimere regio van de Zuiderkempen en de Merode. Om dat te bereiken, zal er een belevingscentrum komen en worden er naast onze eTuktuks ook fietsen verhuurd.

Verhuur fietsen

Na de restauratiewerken en de inrichting ervan als verhuurpunt van eTuktuks, worden er nu ook dames- en herenfietsen, kinderfietsen, en elektrische fietsen verhuurd. Je kon ze reeds boeken vanaf woensdag 21 juli.

Een ideaal tochtje met familie, vrienden of collega’s. Wie de natuurpracht, erfgoed en stilte van de Merode wil beleven kan zich door het landschap laten leiden met behulp van het fietsknooppuntennetwerk.

Vakantie in eigen land

Tine Gielis, burgemeester van Laakdal, is verheugd: “De samenwerking met Kempens Landschap is opnieuw een schot in de roos. Samen realiseren we een zinvolle herbestemming en waardevolle toeristische ontsluiting voor de streek. De coronacrisis heeft ons weer naar buiten, de natuur en de stilte in, gebracht. Een fietstocht is de ideale mogelijkheid om van onze nieuwe vrijheid te profiteren.”

Interesse?

Ook zin om deze zomer het platteland van de Merode te ontdekken en te beleven? Op www.merodefietsen.be vind je meer info en kan je meteen een fiets boeken. De verhuur startte reeds op woensdag 21 juli.

DE DORPSMOLEN VAN VEERLE

Vorig jaar nog had Louis Vuren het in deze krant nog over de Haenvenmolen die 300 jaar oud zou geworden zijn in Veerle als hij tijdens WO II niet verkast werd naar Meerhout-Zittaart.

(foto’s-Haenvenmolen in Zittaart / Charel Heuvelmans, de laatste echte molenaar van de Haenvenmolen.

En daar intussen werd stilgelegd bij gebrek aan … wind , omwille van de veel te dichte behuizingen in zijn buurt. Toch wordt De Haenvenmolen nog steeds vrij druk bezocht door liefhebbers van ‘echte molens’, en dat zijn er nog wat.

° Toen de Haenvenmolen uit Veerle verdween, bleef alleen de Dorpsmolen over (dorpsoverzicht richting Makel). Hij hield het uit tot 1953 en werd vervangen door een moderne maalderij. De molen bleef evenwel nog bestaan tot 1965. Bij gebrek aan onderhoud viel hij echter finaal ten prooi aan de fermettenbouwers van toen. Jammer, maar … inderdaad, helaas.

° Boven in de grote balk van het zware houten molengeraamte kon je duidelijk de datum 1798 lezen . In dat jaar werd de Dorpsmolen door de Franse revolutionairen onafhankelijk gemaakt van herenrechten en verkocht aan ene Joannes Verboven met de last om 2.600 zakken graan per jaar te malen . Zijn precies bouwjaar blijft echter moeilijk te achterhalen.

DE MOLENS VAN VEERLE

° De oudste molen van deelgemeente Veerle, een watermolen bevond zich ca 1 350 op de oevers van de Grote Laak op de grens met Vorst. Besauwen heette toen de plaats die wij nu nog steeds ‘de brug’ noemen.

° Een andere watermolen lag in Blaardonk langs diezelfde Laak en was eigendom van de abdij van Averbode.

° Toen die laatste ook helemaal vervallen was, werd in Haanven in 1723 een windmolen opgericht door de abdij. Adriaan Meeus was de eerste molenaar. De laatste was Jan-Baptist Onsea.

° De molenaars van Haanven en die van de Dorpsmolen in Veerle-dorp waren helemaal geen rivalen van elkaar. Ieder had zijn vast cliënteel. Meer nog…

° Op 27 november 1843 huwde onderwijzer en koster Joannes Franciscus Vervloet met Angelina, de dochter van Antoine Peeters (de 7de molenaar op rij van de Haanvenmolen). 

*  Joannes Vervloet en Maria Theys, waren landbouwers en zijn vrouw, Angelina Peeters ° 26/8/1817, was de dochter van Antonius Peeters  molenaar overleden te Westerlo 20/8/1827  en van Carolina Francisca Van Dijck (molenaarster).
** “Er zit nogal wat bloem in je voorgeschiedenis” , stelde mijn voormalige schoolkameraad Louis Leenaerts vast. Louis snuffelt graag in oude documenten, vandaar. Lees maar verder …
* De getuigen op dat huwelijk waren de 21 jarige broer van de bruid ( Petrus Josephus >Peeters),  een 41  jarige schoenmaker (Joannes Leonardus Gaethoffs) en een 28 jarige mandenvlechter (Guilielmus Fernandus Franciscus Verelst).

° Eugeen, hun eerste kind, werd later niet alleen maalder op de dorpsmolen, want hij baatte ook een landbouwbedrijf uit. Daarnaast bezat hij ook nog een kleine dorpsbrouwerij langs de Vorstsebaan (naast dokter Boeckx). Angelina en Eugeen kregen liefst 9 kinderen …

° Van die 9 was Victor de oudste (28.03.1869. Victor volgde zijn vader op als maalder van de dorpsmolen. Op 10.02.1903 huwde hij Maria Van Laerken uit Tessenderlo. Zij kregen 5 kinderen. De oudste was Jef (1904), de jongste was Georges (1912 (in deur)).

° Vader Victor (r) overleed plots op 15.11.16 in volle WO I. Hij werd amper 47. Jef en Jos (Georges) stichtten later maalderij Gebr.Vervloet’. ‘Moeder Marie’ bleef haar zonen de weg wijzen. Zij overleed in 1953. Even later werd Herman geboren, 10 jaar na Ludo. Maria en Renilde zijn de dochters van Jos Vervloet .

° De windmolen werd even later definitief stilgelegd en vervangen door een (toen) moderne maalderij net buiten zijn wiekenbereik. Ook op Veerle-Heide werd nog gemaald met een kleine elektrische vuurmolen. Jef overleed in 1960, Georges in 1982 en met hem alles wat nog overbleef van molenbedrijvigheid in Veerle.

*** Een reactie op dit stukje kregen we van …Frans Schoeters. Lees even mee…

Met veel interesse las ik jouw artikels over de molens van Veerle en omgeving. Van een watermolen aan de “brug” aan de Vorste Baan en een watermolen op Blaardonk had ik nog nooit gehoord. En zeggen dat ze doen alsof ze de “groene” energie pas ontdekt hebben!

Toen ik in de jaren vijftig met mijn fietsje naar de lagere school in Oosterlo fietste, kwam ik elke dag voorbij de watermolen van Oosterlo (aan de bocht aan de kerk). Ik heb nog gezien dat de molenaar de zakken graan met een katrol naar boven hees en regelmatig lagen daar ook bomen om te zagen. Aan de stroomopwaarts gelegen sluis met een grote “kuip” ben ik later nog geregeld gaan vissen.

Op de Molenlaak (voor de sluis afgeleid van de Grote Nete) zag je de vissen zo maar zwemmen! Achter de watermolen liep de Molenlaak door tot aan de Nete. Via de sluis kon de molenaar het debiet van het water regelen naar behoefte. Later zijn spijtig genoeg zowel de aanvoerarm als de afvoerarm grotendeels gedempt.

Toen ik recent mijn verzameling van rouwkaartjes aan het bekijken was (als ouder wordende mens zeer nuttig ter relativering der dingen) trok het kaartje van Staf Lavrysen (vader van o.a.  Jan van Honda Garage) mijn aandacht omwille van de uitgebreidheid van de tekst, opgesteld door zijn zoon Herman (gaf destijds les in Diest). Hij is ondertussen ook al overleden.

Zowel Stafke als Sooike “van de maalder” waren duidelijk technisch zeer begaafd en zeer goed op de hoogte van natuurkennis en fysica. Als volleerde autodidacten scoorden ze heel wat technische hoogstandjes, beschreven in het rouwkaartje waarvan kopie in bijlage. Om de tekst te kunnen lezen moet je de tekst wel “met de klok meedraaien”.

Momenteel is de watermolen erg in verval en moet de weg afgeschermd worden tegen vallend puin. Blijkbaar is de molen al jaren geklasseerd maar wacht hij op geld van de overheid.  Ik had gehoord dat tuinaannemer en bouwpromotor Ludo Dierckx uit Westerlo hem recent aangekocht heeft (van iemand van de familie Verboven-Lavrysen uit Oosterlo).

Het zou goed zijn als men de jeugd de molentechniek gebaseerd op wind of water ook vanuit historisch oogpunt zou toelichten. Misschien zouden sommige “bedrijfswagenbezitters” tot wat meer bescheidenheid aangezet worden…

Ik hoop dat je na de lectuur van het stukje proza van Herman, mijn mening zult delen!

Vriendelijke groeten, Frans Schoeters

Stafke Lavrysen 1 Stafke Lavrysen 2

DE VISIE VAN VUREN 173

Napoleon en Laakdal. ( deel 1)

 

Dit is een uitdaging voor alle Laakdallenaren die iets meer weten over hun familie, zeker voor diegenen die hun stamboom kennen tot 1750.

Enkele weken geleden verscheen hier een artikel over Napoleon. Misschien heb je toen gedacht : “Allemaal interessant en allemaal goed en wel , maar wat hebben wij in de Gazet van Laakdal met Napoleon te maken. Laakdal bestond toen niet eens, en Napoleon heeft noch met Vorst en Eindhout iets te maken gehad en zeker niet met Veerle en Varendonk !“

En toch, geachte lezer , en toch !

Laten we teruggaan gaan naar het Boerenkrijgjaar 1798 . Eén van de redenen waarom de jonge mensen de wapens in de hand namen tegen de Fransen , de Boerenkrijg dus ,was ook de Wet van de Circonscriptie van datzelfde jaar.

Daarin stond dat een heel aantal mannelijke Franse burgers – en Franse burgers waren de mensen die hier toen woonden allemaal – legerdienst zouden moeten doen, en dat wel …vijf jaren lang.

Voor sommige jonge mensen werd dat een ramp. Ook in onze dorpen waren er heel wat jonge mannen die zoals in het liedje van Miel Cools “Soldaat van Napoleon de Grote“ moesten worden.

Zij moesten vaak te voet half Europa doortrekken om met het Franse leger te gaan vechten op de verschillende gekende slagvelden. Leipzig , Moskou, tot Waterloo toe ….

De Franse Revolutie zou de Franse Revolutie niet geweest zijn als er in die Franse periode ook geen lijsten zouden bewaard zijn van alle activiteiten die met die troepen verband hielden.

Zo werden er ook lijsten bewaard van de” Belgische” soldaten die gestorven waren in het Franse leger , en dat tussen dat Boerenkrijgjaar 1798 en tot 1817.

Een gunstige wind heeft die verslagen uit ons Twee-Netendepartement , zo heette de provincie Antwerpen toen , doen terechtkomen in het Antwerpse depot van het Rijksarchief . Uit die lijsten gaan wij nu de namen putten van de gesneuvelde of overleden soldaten uit Vorst , Veerle en Eindhout.

Het is niet gemakkelijk zoeken in die lijsten. Uit Varendonk hebben wij tot nog toe niemand gevonden.

Een andere moeilijkheid was dat sommige soldaten op een ogenblik dat ze ernstig ziek, gewond  en stervende zijn in een hospitaal de namen van hun dorpen vaak in hun streektaal uitspreken.

Die namen werden dan nog door Franse ambtenaren in Franse klanken omgezet en opgeschreven. Hetzelfde met de familienamen.

Dus een overledene uit Eindhout kan er zowel in zijn opgenomen als Indot of Inderde of nog iets anders en Veerle kan in sommige berichten zowel Vehl zijn als Veille .

Dus bereid jullie maar voor. In Vuren 174 gaan wij aan de namen beginnen. Denk al maar eens na…en bekijk jullie stambomen al eens in de jaren voor 1790. Succes ermee.

Louis VUREN

BOEREN IN BLAARDONK

Veehouder Van Lommel in Blaardonk heeft tussen 60 en 70 melkkoeien. In de winter blijven die op stal, want de weilanden staan dan compleet onder water. Gelukkig trok het water dit jaar snel weg. Het gras kon weer groeien en eind april mocht het melkvee weer naar buiten.
Een boer heeft nooit gedaan. Van andere weiden werd het eerste gras ingekuild als voer voor de volgende winter.
De koeien zelf weten wat er van hun verwacht wordt: grazen, grazen en dan … erbij gaan liggen om hun vier magen te kans te geven om groen om te zetten in witte melk.
Tegen melktijd aan komen ze haast spontaan hun opwachting maken aan de poort. De boer en een paar helpende handen doen amper meer dan ‘er zijn’.
De koeien kennen hun plaatsje in de melkstal. In de nachtstallen krijgen ze nog krachtvoer bij. Van gras alleen blijf je immers niet op je poten staan.
Hoe lang zo’n koe meegaat? Moeilijk te zeggen hoe ze de jaren verteren van gemolken worden en kalfjes baren, kalven zeg maar (kalven gebeurt om de twee jaar).
‘Ik heb er eentje van 18 jaar oud, andere hebben na hun eerste kalf al het beste van zichzelf gegeven. En dan … zijn ze alleen nog geschikt voor de slacht.’
‘Voor buitenstaanders lijkt dat vreselijk, maar ze met pensioen sturen, kan moeilijk, hé. Maar vergeet niet dat wij houden van onze dieren. Als wij ze goed verzorgen, krijgen wij veel van ze terug. En ben je een goede boer.’
1 2 3 4