DE VREDE VAN GENT

De vrede van Gent. Al ooit van gehoord? Neen? Wel, ik ook niet. Op zoek naar historische nieuwtjes kwam ik er toevallig bij uit. Alleszins een verhaal dat wij onze talrijke lezers op kerstavond niet willen onthouden.

De Vrede van Gent maakte een einde aan de vijandelijkheden tussen … Britten en Amerikanen. Vooral een schermutselingenoorlog die tussen 1812 en 1814 in de Verenigde Staten en Canada werd uitgevochten. Met het platbranden van het Witte Huis en het Capitool in Washington en een slag in de moerassen van New Orleans als bekendste wapenfeiten.

De oorlog was begonnen als een rechtenschending van havenexploitaties (door de Engelsen) en een kolonisatie van Canada (door de Amerikanen).

In 1814 werd naar een oplossing gezocht op neutraal terrein. Dat waren de Zuidelijke Nederlanden.

De Amerikaanse delegatie werd in Gent ondergebracht in Hof van Lovendeghem, in het Kartuizerklooster op de hoek van de Veldstraat met de Volderstraat, de Britse in het deel dat door de toenmalige textielfabrikant Lieven Bauwens was verbouwd.

Na een half jaar onderhandelen werd de Vrede van Gent met Kerstmis getekend. In de Sint-Baafskathedraal werd een dankmis opgedragen en werden beide delegaties op een feestelijk nieuwjaarsbanket getrakteerd op het stadhuis.

De ratificatie van het verdrag gebeurde pas op 17 februari (hoi Elly) 1815, kort nadat het nieuws de V.S. eindelijk had bereikt!

In 1964 werden op de gevels van beide logementen herdenkingsplaten aangebracht.

De latere Amerikaanse president John Quincy Adams die de delegatie in Gent aanvoerde, rapporteerde uitgebreid over de onderhandelingen in 1814 in zijn dagboek. Ook de jonge James Gallatin, secretaris van zijn vader Albert Gallatin, tekende zijn indrukken op.

De Amerikaanse afgevaardigden stonden namelijk op erg goede voet met de Gentenaars, werden her en der uitgenodigd en beleefden memorabele dagen in Gent, terwijl de Engelsen nogal haatdragend waren.

De latere V.S.-president John-Quincy Adams vond die periode dan ook ‘de mooiste uit zijn leven’. Anderzijds vond hij het theater in Gent wel beneden alle peil en de vrouwen lelijk, hoewel de nachtelijke uitstapjes van zijn collega’s met plaatselijke schonen een andere klok lieten horen.

What do you want to do ?

New mail

What do you want to do ?

New mail

What do you want to do ?

New mail

DE LAATSTE SMEDEN  VAN VEERLE

Ook de jaarkalender ‘met een hoek af ‘ heeft niet veel vellen meer om het lijf. Het jaar loopt nu echt op zijn laatste benen. De samensteller van de kalender had echter nog één item in petto waarvoor zeker ons ouder leespubliek sympathie kan opbrengen: het beroep van smid.

Uit mijn jeugd in deeldorp Veerle ken ik twee smeden: Scholleke (Schollen) in de Kapellestraat en de Gille (Stijnen) in het dorp, hoek Makelstraat , later Diestsebaan. Hun stiel werd later overgenomen door hun zoon/zonen en kleinkinderen. Van het echte smeedwerk , met vaak ook één paard dat nieuwe hoefijzers moest krijgen, bleef toen al niet veel meer over. De trekpaarden zijn weg, tractors namen hun werk over.

De laatste nazaten van zowel Schollen als Stijnen zijn inmiddels aan hun pensioen toe. De laatste smederij/winkel in ijzerwaren ging dicht. Het einde van een stiel  die al vroeg in de wereldgeschiedenis begon.

Je leest er alles over hieronder. Mijn foto’s dateren van 2 009. De smid van Bokrijk was een leraar in de beroepsschool. Veel leesgenot hieronder.

What do you want to do ?

New mail

What do you want to do ?

New mail

What do you want to do ?

New mail

What do you want to do ?

New mail

What do you want to do ?

New mail

What do you want to do ?

New mail

What do you want to do ?

New mail

OP DE VUIST …

Boudewijn de Groot … Ik was er als de kippen bij toen hij in Vlaanderen zijn intrede deed. Ravels-Eel was de plaats, het zaaltje was van de ouders van Fons Lauwers, onze man in Spanje. Na afloop mobiliseerde ik een paar vrienden om Boudewijn ook naar hier te halen. Hij kwam , en met hem ook Elly Nieman (voornaam van mijn oudste dochter), Miel Cools en Wannes van de Velde. Toen het puik van het Nederlandse chanson, verzameld in de turnzaal van het Westels college. Grandioze avond en achteraf toch één dissonantje, waarover ik niets meer kwijt wil.

Verguisd en nagevolgd

° Dat uitgerekend De Groot tot de belangrijkste protestzanger van Nederland zou uitgroeien, lag niet erg voor de hand. De Groot, die eigenlijk filmer wilde worden en zijn liedjes aanvankelijk meer als hobby erbij beschouwde, stond vanaf zijn debuut in 1964 eerder als cabaretier bekend. De teksten van zijn liedjes kwamen van vriend Lennaert Nijgh.

° In een interview in de Volkskrant van 19 februari 1965, gaf De Groot aan dat hij op de filmacademie erg verlegen was en sprak hij zijn afschuw van succes uit: ‘Het ergste lijkt me om ooit op de hitparade te komen.’

° Die verlegenheid en afkeer van succes wezen er niet op dat hij hard op weg was een idool te worden. Later dat jaar bereikte hij met de Charles Aznavour-cover ‘Een meisje van zestien’ wel al voor het eerst de Top 40.

° Was hij nu eerder een chansonnier-Franse-stijl, of toch de Nederlandse Dylan? Voor het eerste koos hij een iets te modieuze koers, voor het tweede was zijn dictie wel erg netjes en geschoold.

° Diezelfde dubbelzinnigheid zat ook in de debuutelpee, waar cabareteske liedjes als ‘Noordzee’ en ‘Vrijgezel’ afgewisseld werden met de folky ballade ‘Apocalyps’ en een hele trits covers van veelal strijdbare Engelstalige nummers als ‘Een respectabel man’ (The Kinks), ‘Er komen andere tijden’ (Bob Dylan) en ‘Het geluid van stilte’ (Simon & Garfunkel).

° Diverse kranten schreven lovend over dit debuutalbum: Het Parool noemde Boudewijn de Groot een sensatie, de socialistische krant Het vrije volk sprak van een ‘identificatiepunt’ voor vele Nederlandse jongeren.

* Op de vuistLaurens Ham ‘Welterusten, mijnheer de president’, het prijsnummer van het album en de blikvanger van Hee Boudewijn, was geen cover, maar een protestlied dat Nijgh en De Groot samen hadden geschreven.

Muzikaal en tekstueel van een grote eenvoud, maar door de bijtende ironie sloeg het de spijker op de kop.

Alles sprak de protestgeneratie vanaf 1965 aan: de keuze om de president van het belangrijkste land van de wereld met ‘je’ aan te spreken (hoewel hij elders in het liedje ‘u’ wordt genoemd), het expliciete benoemen van de zinloosheid en gruwelijkheid van de oorlog, de subtiele vermenging van folk- en beatinvloeden.

Boek: Op de vuist – Laurens Ham
Ook interessant: Provo: de ludieke opstand van de jaren 1960

What do you want to do ?

New mail

What do you want to do ?

New mail

What do you want to do ?

New mail

What do you want to do ?

New mail

What do you want to do ?

New mail

GERARD WALSCHAP DE FELLE

Gerard Walschap (Londerzeel 9 juli 1898 – Antwerpen 1989)

is het oudste kind van herbergier Florent Walschap en kruidenierster Anna Peeters. Na hem krijgen ze nog zeven kinderen. Walschap bezoekt het Klein Seminarie in Hoogstraten en Asse en studeert filosofie en theologie in de missiecongregatie van het Heilig Hart.

° Voor hij de hogere wijdingen ontvangt, treedt hij uit. Hij beseft dat hij niet geschikt is voor het priesterschap en het celibaat (niet trouwen).

* Walschap, die ook een gretige lezer is, ontwikkelt zich in de jaren dertig tot een schrijver met een zeer expressieve stijl, die nog maar een sober gebruik maakt van streek gebonden uitdrukkingen en die duidelijk afstand neemt van de alom aanwezige katholieke kerk.

* De romans Adelaïde, Eric en Carla vormen tesamen De familie Roothooft (1939) dat de ondergang van een familie beschrijft door drie generaties te volgen. Het boek wordt door de kerk op de Index (boeken die niet mogen gelezen worden) geplaatst, Walschap wordt uitgemaakt voor pornograaf en afvallige.

* De mens is naar zijn opvattingen niet voor een evenwichtig bestaan in de wieg gelegd, maar onderworpen aan irrationele, onbewuste impulsen, vervuld van angst- en schuldgevoelens, maar altijd op zoek naar bevrijding. Het existentiële lot van de mens wordt door Walschap vlijmscherp geanalyseerd in een stijl die zeer modern aandoet.

* Een mens van goede wil (1936) en Houtekiet (1939), zijn twee bekend gebleven romans. Een mens van goede wil beleefde zelfs een revival door de bewerking voor een televisiereeks met dezelfde naam. De hoofdpersoon kan geen onrecht verdragen en trekt de uiterste consequentie uit zijn naastenliefde.

* Houtekiet is de nieuwe mens, de man die verstandig en bekwaam leeft, seksueel en creatief, rechtvaardig en volkomen los van zijn voormalig geloof. In deze roman belijdt Walschap een humanistisch vitalisme, dat volkomen losstaat van het geloof van zijn jeugd.

* Een vervolg, Nieuw Deps, verschijnt in 1961. Julien Weverbergh noemt zijn van Manteau afgescheiden uitgeverij naar de roman van de door hem bewonderde Walschap.

*** Walschap krijgt drie keer de staatsprijs voor romans (Trouwen, Zuster Vergilia, Oproer in Congo). In 1968 wordt hij door koningin Beatrix onderscheiden met de Prijs der Nederlandse letteren. In mei 1975 wordt hij door koning Boudewijn in de adelstand verheven en krijgt hij de titel baron.

*** Toen hij stierf was Walschap de meest gelauwerde auteur in Vlaanderen: tweemaal de driejaarlijkse staatsprijs voor de roman, namelijk voor Trouwen en Zuster Virgilia; de driejaarlijkse prijs voor de koloniale roman voor Oproer in Congo (1953); de vijfjaarlijkse prijs ter bekroning van een ganse carrière, na zijn pensionering in 1965 , en ten slotte uit de handen van de Nederlandse koningin de Prijs der Nederlandse Letteren in 1968. Kort voor zijn dood zei hij:

(..) Ik leef nu in de zoete overtuiging dat ik mijn van jongsaf aangebonden strijd over geheel de lijn gewonnen heb. De vuile hetze die tegen mij eerst werd gevoerd, zwijgt beschaamd; de morele vrijheid die ik voor de Vlaamse schrijvers heb opgeëist, wordt zelfs door katholieke schrijvers als vanzelfsprekend gebruikt, de grapjasserij en de literatureluurderij zijn verzwonden, onze letterkunde bloeit tot in de jongste generatie. Het is schoon daartoe te hebben bijgedragen. Ik ben trots op mijn werk, want ik heb mijn ambitie verwezenlijkt. Ik heb grootse dingen gedaan en volkeren bekeerd, zij het niet diegene, die ik als kind voor ogen had, maar ik heb mijn voorgenomen martelaarschap en heldhaftigheid waargemaakt: ik heb alles gezegd wat ik te zeggen had, op een mooie manier, en daarvoor op mijn kop gekregen, vijftig jaar lang (..)
Vlaamse mentaliteitsgeschiedenis van de 20ste eeuw

* In 1983 (?!) had journalist-literatuurcriticus Jos Borré in Knack een uitgebreid interview met Gerard Walschap (1898-1989) naar aanleiding van diens 85ste verjaardag. Zijn charisma en vertelplezier lieten Borré sindsdien niet meer los. Enkele bedenkingen …

° ‘Gerard Walschap. Een biografie’ verdiept zich niet alleen in het leven van Walschap maar hangt met verve een portret op van het 20ste-eeuwse Vlaanderen, waar Walschap een exponent van was.

° Van overtuigde katholiek in de jaren ’20 werd Walschap geleidelijk aan een overtuigde vrijzinnige. Borré schetst een fijnmazig portret van de omslag van het katholieke naar het vrijzinnige Vlaanderen, zoals dat zich in Walschaps eigen leven voltrok, maar ook in het leven van heel wat van zijn tijdgenoten. Een knap staaltje Vlaamse mentaliteitsgeschiedenis van de 20ste eeuw.

° Walschap heeft op de achtergrond altijd de gedachte aan zelfmoord met zich meegedragen. Hij koesterde een grote wanhoop in het leven. Dat had natuurlijk te maken met zijn geloofsverlies maar vooral met existentiële ontreddering.

° Ook heeft hij zich altijd zeer eenzaam gevoeld en intellectueel geïsoleerd. Het is bekend dat hij na zijn uittreding uit het klooster en zijn vaarwel aan de katholieke kerk het moeilijk had. Maar hij voelde zich later ook niet echt geaccepteerd door de vrijzinnige zuil. Zeker in de jaren ’30 merk je in artikels in het blad ‘Hooger Leven’ hoe zelfmoord en zelfmoordenaars hem bezig houden.

° Hij heeft geen concrete poging tot zelfmoord ondernomen maar de radeloosheid bij zijn uittreding uit het klooster en de schuld om zijn grote seksuele libido lieten hem niet los. Een zekere moedeloosheid was een constante in Walschaps leven. Vandaar dat hij ook altijd zo uitkeek naar momenten van bevrijding. Walschap was een heel complexe persoonlijkheid.

° In 1925 trouwde Walschap met Marie-Antoinette “Ninette” Theunissen, met wie hij vier zonen en een dochter kreeg. Hij noemde zijn huwelijk een jeugdige vergissing maar bij mijn weten is hij nooit vreemd gegaan, ook al beschrijf ik hoe hij in 1959 vier maanden lang een platonische vriendschap had met een Brusselse bewonderaarster die advocate was. Ze correspondeerden druk met elkaar en Walschap ging bij haar stiekem op bezoek. Zijn vrouw zette zelfs een privédetective in. Maar ik denk niet dat er echt iets is geweest tussen Walschap en zijn Brusselse bewonderaarster. Walschap heeft die verhouding trouwens zelf afgebroken.

°  Wie na het lezen van zijn biografie nog meer wil weten over Walschap, beveelt Borré ‘De heilige Jan Mus’ aan. Het is zeker niet zijn beste roman maar wel zijn testament waarin hij zichzelf met al zijn overtuigingen bloot geeft.

What do you want to do ?

New mail

What do you want to do ?

New mail

What do you want to do ?

New mail

What do you want to do ?

New mail

What do you want to do ?

New mail

What do you want to do ?

New mail

What do you want to do ?

New mail

What do you want to do ?

New mail

What do you want to do ?

New mail

ERG VUILE LAAK

Eerlijk gezegd, we hadden er niet goed op gelet , maar gisteren was het de Internationale Dag van de Biodiversiteit, hét moment om één van de de meest vervuilende rivier van België (de Laak), die door onze regio stroomt , nogmaals in de kijker te zetten. Dat vond Stein Voet, en wij met hem. Dit is zijn tikketik-vrucht.

° De Laak is vooral vervuild met zware metalen als arsenicum en cadmium en chloriden, waarvan de grootste vervuiling afkomstig is van Tessenderlo Chemie.

° Al langer dan de jaren zeventig was geweten dat het bedrijf Tessenderlo Chemie in Tessenderlo afvalwater loosde in de Grote Laak en de Winterbeek.

° Om het afvalwater met hoog zoutgehalte van Tessenderlo Chemie af te voeren werd in de jaren 70 de Smeerpijp Limburg-Antwerpen gebouwd. Door de lozing in de Laak en de Winterbeek waren die beken in brak-water-riviertjes veranderd.

°° De Smeerpijp werd echter nooit voor afvalwater gebruikt en de lozingen gingen nog heel lang door.

° In de jaren 90 werden inspanningen gedaan om de lozingen te beperken zodat deze onder de normen vielen. Een ‘optimale’ zuivering van het lozingswater zou echter niet economisch rendabel zijn.

° Reeds in 2001 konden we lezen dat de Grote Laak de negende meest vervuilde rivier van Vlaanderen is. En ook nu… 19 jaar later… is dat nog steeds zo.

°° Op onderstaande foto’s (januari en mei) in Blaardonk en aan de monding van de Grote Laak in de Grote Nete in Geel-Zammel is de vervuiling duidelijk zichtbaar.

° Al ettelijke jaren wacht men op een grondige sanering, zodat Laakdal opnieuw een rivier krijgt waar men trots op kan zijn.

° Voormalig minister van leefmilieu Joke Schauvliege plaatste de sanering van de Laak, die wordt beheerd door de Vlaamse Milieumaatschappij, terug op de agenda.

° De huidige minister van Leefmilieu, Zuhal Demir dringt erop aan om snel werk te maken van de sanering van de waterloop waaraan Laakdal zijn naam te danken heeft.

°° Helaas blijft het momenteel nog erg stil op het kabinet van de minister.

What do you want to do ?

New mail

What do you want to do ?

New mail

What do you want to do ?

New mail

What do you want to do ?

New mail

What do you want to do ?

New mail