HAABEEK IN HAANVEN

In de jaren 1 700 was de Haabeekhoeve een grote boerendoening met de schuur die er nu nog staat als het laatste stukje Bokrijk in Veerle. In Haanven lagen de beste gronden, woonden de dikste boeren en de schoonste boerendochters. Het waren, zoals de voetballers van Kameroen, ‘ontembare leeuwen’.

° Op de hoeve volgden vele pachters elkaar op.  Tot omstreeks 1900 de familie Robrechts uit een Brusselse randgemeente hier neerstreek. Hun oude grootmoeder Van Heymbeeck, geboren rond 1830, gaf de familie de definitieve bijnaam ‘Haabeek’.

° De Haabeeksen bouwden het hoge herenhuis op de plaats van de vroegere boerderij. Het werd een half gesloten complex, zoals in Zuid-Brabant gebruikelijk was.

° Wijlen Mil Haabeek, de laatste Haabeek, vertelde graag hoe hij in de oorlog zijn paard moest afgeven en met ossen moest werken: “Een os is een heel sterk dier , maar veel te traag.” Mil wist ook  waarom de Herseltseweg er pas na 60 jaar plannen kwam. En hoe de Haanvense stammen Onsea, Briers, Clerckx, Van der Borght, De Peuter… overeenkwamen. Zelfs hoe hij de kwajongens uit zijn boomgaard moest verjagen als ze kwamen appels pikken,…

° Drie zussen betrokken het huis naast de oude school in het Dorp, thans Druivenrank. Een andere telg werd dokter in Olen… Ze hadden aanzien, de Haabeken!

° Tegenover het Haabeek-herenhuis kwam het Ooievaarsnest , een kinderparadijs dat door klachten jammerlijk moest sluiten.

° In die periode werd de Robrechtsboerderij opgemaakt en als café geopend: de Haabeekhoeve. De nieuwe trots van Haanven was geboren.

° Chris van Hilset( Hulshout) nam de zaak over. Hij was 25 jaar mecanicien o.a in de Ronde van Frankrijk voor Armstrong en andere wielergoden.

° Chris mikte op een publiek van wielrenners of -toeristen en koos de naam SurPlace, een mooie woordspeling , daar niet van, maar de doorsnee Veerlenaar zag/hoorde liever de oude naam…

° Maar toch Chris slaagde Chris met zijn vrouw Betty in zijn opzet. Veel jonge talentrijke renners uit heel Europa overnachtten bij hen. Was Roglic erbij? Voertaal was Engels met zware Oost-Europese accenten.

° Neusje van de zalm waren de vier retrokoersen die Chris organiseerde met Marc Uytterhoeven als schitterende commentator , in het gezelschap van zijn favoriete coureur Herman Van Springel.

° Jan Wijnants ‘Jan van Stijn van de buskop’, zoals hij in Veerle gekend is, deed natuurlijk ook mee. Zo zagen we de man nog eens aan het werk die in de Olympische wegrit van Moskou ’80 een tijdlang aan de leiding reed… en bekeken werd door mogelijk 100 miljoen wielerliefhebbers. (FVG)

° Vorig jaar reeds is de SurPlace verkocht. De nieuwe eigenaars hebben de naam behouden. Mevrouw is dierenarts, meneer de drijvende kracht achter de brasserie-feestzaal en B&B.

DE LAATSTE SMEDEN  VAN VEERLE

Ook de jaarkalender ‘met een hoek af ‘ heeft niet veel vellen meer om het lijf. Het jaar loopt nu echt op zijn laatste benen. De samensteller van de kalender had echter nog één item in petto waarvoor zeker ons ouder leespubliek sympathie kan opbrengen: het beroep van smid.

Uit mijn jeugd in deeldorp Veerle ken ik twee smeden: Scholleke (Schollen) in de Kapellestraat en de Gille (Stijnen) in het dorp, hoek Makelstraat , later Diestsebaan. Hun stiel werd later overgenomen door hun zoon/zonen en kleinkinderen. Van het echte smeedwerk , met vaak ook één paard dat nieuwe hoefijzers moest krijgen, bleef toen al niet veel meer over. De trekpaarden zijn weg, tractors namen hun werk over.

De laatste nazaten van zowel Schollen als Stijnen zijn inmiddels aan hun pensioen toe. De laatste smederij/winkel in ijzerwaren ging dicht. Het einde van een stiel  die al vroeg in de wereldgeschiedenis begon.

Je leest er alles over hieronder. Mijn foto’s dateren van 2 009. De smid van Bokrijk was een leraar in de beroepsschool. Veel leesgenot hieronder.

FORD voor de massa

De Amerikaan Henry Ford zorgde ervoor dat de auto niet alleen beschikbaar was voor de elite, maar ook voor de massa. Ford startte in 1902 zijn autofabriek: de ‘Detroit Automobile Company’.

* Dit bedrijf ging al gauw failliet en ook zijn tweede bedrijf – de Henry Ford Company – verging het zo. Met zijn derde bedrijf had hij wel succes. De Ford Motor Company produceerde de T-Ford en dat sloeg wel aan.

* De T-Ford werd in 1908 in massaproductie genomen. Het was voor het eerst dat zoiets gebeurde in autoland.

* Henry Ford ontwikkelde ook de lopende band. Het voorbeeld hiervan zag hij in slachterijen van Chicago : een dikke lijn waarop karkassen vervoerd werden en arbeiders een voor een onderdeel van het karkas afsneden.

* Ford ontwikkelde dit principe voor de auto. Daarvoor  werd hij door velen gezien als de uitvinder van dergelijke wagens. Bij het grote publiek raakte de uitvinding bekend met de komst van de populaire T-Ford.

* Het chassis van de wagen werd met een touw door de fabriek getrokken en onderweg werden de onderdelen op de auto gemonteerd.

  • Een beroemde zin in de autobiografie van Amerikaan over de T-Ford is de volgende: Any customer can have a car painted any colour that he wants so long as it is black (elke klant kan een auto krijgen in de kleur die hij wil, zolang het maar zwart is).

°°° Met behulp van de lopende band slaagde Ford erin iedere 93 minuten een nieuwe auto te produceren.

* Helemaal onbegrijpelijk vonden buitenstaanders het wel dat Henry Ford op een dag de lonen van zijn arbeiders verdubbelde. Werknemers kregen niet meer $2,34 maar $5 per dag uitbetaald. In 1927 rolde de laatste T-Ford van de band. Hij kostte toen $380.

* De Wall Street Journal noemde deze beslissing van de Amerikaanse autofabrikant zelfs een economisch misdrijf.

* Op deze manier versterkte Ford echter de middenklasse, de markt die hij voor ogen had met zijn T-Ford. Dat maakte dat auto’s voor steeds meer mensen uit de middenklasse betaalbaar werden.

* De T-Ford werd in 1927 opgevolgd door de A-Ford met een 4-cilinder, een veel modernere auto die echter veel minder werd verkocht. Ford kreeg concurrentie  van een Chevrolet met … een 6-cilindermotor.

de EERSTE ‘NEW YORK TIMES’

-Eerste editie van de New York Times-

Op 18 september 1851 verscheen de eerste editie van de New York Times. De krant werd opgericht door Henry J. Raymond en George Jones en heette aanvankelijk ‘The New-York Daily Times’.

* Zes jaar na oprichting kreeg de krant zijn huidige naam en eind negentiende eeuw werd de krant overgenomen door Adolph S. Ochs, een zoon van Duits-Joodse immigranten.

* De New York Times groeide uit tot een van de belangrijkste Amerikaanse kranten en werd ook internationaal gezaghebbend.

* De krant ondervond vanaf eind negentiende eeuw wel veel concurrentie van de zogenaamde yellow press, een benaming voor goedkopere kranten die op een massaal publiek waren afgestemd en erg veel voor sensatie gingen.

De ‘yellow kid’ van Richard F. Outcault

* De naam voor deze stroming, die vandaag de dag ook vaak riooljournalistiek wordt genoemd, is afkomstig van het stripverhaal The yellow kid van Richard F. Outcault. Deze stripserie verscheen vanaf 1895 in de New York World, een concurrent van de New York Times.

* Vanwege die yellow press had de krant enige tijd te kampen met een teruglopende oplage. In de strijd tegen de goedkopere sensatiekranten ontstond ook de leus die vandaag de dag nog altijd gebruikt wordt: All the news that’s fit to print.

* Na de Tweede Wereldoorlog verscheen New York Times ook in Europa met een dagelijkse internationale editie. In 1966 ging die op in de International Herald Tribune.

* Bijnamen van de krant zijn The Old Gray Lady (de oude grijze dame) en The Times. Momenteel verschijnt de krant in een oplage van ruim 1,1 miljoen.

Verder op 18 september

– ook weer met grote dank aan HISTORIEK –

Maïs bij de Maya’s

Maïs was van grote betekenis in de Maya-cultuur. Dat is nog steeds te merken op de massa maïs-festivals, niet alleen in Mexico, maar bij uitbreiding ook in gans Latijns-Amerika.

* Maïs is in de meeste Latijnse landen basisvoedsel. De Maya-traditie om te bidden voor de maïsvelden groeide uit tot massa-gebeden op die festivals. Ook als ze midden in de stad plaatsvinden.

* Maïs kent een rijke traditie in de keuken van Latijns-Amerika. Alleen al in Mexico is het aantal diverse gerechten uit 60 verschillende soorten immens groot. Ze zijn allemaal afkomstig van dat ene plantje : teosinte.

* Teosinte is een Mexicaanse grassoort waaruit de Maya’s 8.000 tot 14.000 jaar geleden maïs uit onkruid hebben gecultiveerd tot een eetbare plant. Maïs werd vervolgens verspreid onder alle inheemse volkeren in Zuid- en Noord-Amerika .

* Maïs is voor de Maya’s veel meer dan voedsel. Maïs is heilig. Volgens het Maya-scheppingsverhaal zijn ze eruit gecreëerd, geboetseerd uit maïsmeel.

* Archeologen hebben zich vooral beziggehouden met het klassieke Maya-erfgoed. Veel aandacht voor de geschiedenis van de inheemse volkeren was er niet. Een geschreven geschiedenis ontbreekt . Toch werd veel doorgegeven via tekeningen, verhalen, toneelstukken en beelden.’

* Hun geschreven geschiedenis wordt verteld in hiëroglyfen. Door de kolonisatie is veel van de Mayacultuur vernietigd. Na de koloniale tijd werd het niet veel beter.

* De oude klassieke Mayasteden mogen dan verlaten ruïnes zijn, de Mayavolkeren en hun cultuur bestaan nog steeds. Er zijn ongeveer 6 miljoen Maya’s en zij geven hun verhalen nog steeds aan elkaar door.

* Op sociale media zijn veel jonge Maya’s bezig met hun identiteit. Jonge Maya’s benutten Instagram, Facebook en YouTube volop om hun cultuur aan elkaar door te geven. Ze leren elkaar om de oude hiëroglyfen te lezen, maken Maya-memes, en in hun muziekteksten zit veel Maya-symboliek.

* Hiphop is heel populair onder jonge Maya’s. Het past ook heel goed bij de orale tradities van hun voorouders. Ook zij zongen zelfs over maïs…

* Bij ons was maïs aanvankelijk een sierplant. In de late jaren zestig van vorige eeuw ontdekten onze boeren het echter als prima wintervoer voor hun beesten. Vanaf de vroege jaren 70 van vorige eeuw kleurden de akkers van langsom groener. Het monotone, hoge gewas was echter geen pretje voor de natuurminnaars. Gewoon omdat die hun winterse plaatjes niet meer terugvonden.

* In onze Peirenstraat en belendende straten kan je momenteel nog de mooie lijnen bewonderen van de jonge , uitschietende plantjes. Niet te lang wachten echter. Let ook op de jonge aardappelplanten. Nog een product van overzee dat hier het basisvoedsel werd van de mensen. (foto hierboven – maïs op plastic – zoveel sneller groot)