‘Verloren Maandag’

De maandag na Driekoningen eten ze vooral in de provincie Antwerpen worstenbroden en appelbollen. Over het ontstaan is men het niet helemaal eens.

‘Verloren Maandag’ is de maandag die volgt op de eerste zondag na Driekoningen. In 2021, dus vandaag maandag 11 januari. Vooral in de provincie Antwerpen is het dan traditie om worstenbroden en appelbollen (en nog ander zoets) te eten. Maar hoe is die maandag zo ‘verloren’ gegaan? Er circuleren meerdere verklaringen, die terug te brengen zijn tot volgende drie hypotheses:

  1. Ambtenaren leggen eed af

Verloren maandag zou verwijzen naar de verloren maar ook verzworen maandag (in het Frans: lundi parjugé) waarop ambtenaren in het begin van het jaar hun eed aflegden. Een 18de-eeuwse akte uit Leuven noemt de dag voor het eerst verloren, want de eedaflegging van de ambtenaren werd duchtig gevierd en dus werd er de rest van de dag niet gewerkt. Het Antwerpse worstenbroodje zou zijn ingevoerd door het stadsbestuur, dat een goedkope snack zocht voor dat ambtenarenfeest. Dat werd een broodje met (goedkoop) vlees, dat in de 20ste eeuw het worstenbroodje zou worden.

  1. Nieuwjaarsreceptie van de gilden

Andere bronnen verwijzen niet naar ambtenaren, maar naar het nieuwjaarsfeest van de gilden, dat op de maandag na Driekoningen viel. De rechten en plichten van de ambachtslui werden voorgelezen en er werd flink gevierd. Aan werken kwam niemand nog toe op die verloren maandag. De worstenbroodjes werden (al dan niet te koop) aangeboden door de gilden of door herbergiers.

  1. Drinken in de haven

Ook de Antwerpse haven figureert in de mogelijke verklaringen. Havenarbeiders in Antwerpen mochten traditioneel elke maandag na de zondag na Driekoningen op kosten van hun baas drinken. Bij die traktatie kregen ze iets warms te eten: een broodje met (goedkoop) vlees ertussen – de voorloper van het hedendaagse worstenbroodje. De appelbol werd pas later toegevoegd aan het ‘menu’ van de Verloren Maandag.

***  Over de datum van ‘Verloren Maandag’ ontstaat geregeld een discussie, maar traditioneel hoort er altijd een zondag tussen Driekoningen en de datum van ‘Verloren Maandag’ te zitten. Wanneer 6 januari op een zondag valt, is ‘Verloren Maandag’ niet de volgende dag, maar een week later (namelijk op maandag 14 januari). Dit was bijvoorbeeld in 2019 het geval. Sommigen vieren het dan toch op maandag 7 januari.            Met dank aan Kerk&Leven-

What do you want to do ?

New mail

What do you want to do ?

New mail

What do you want to do ?

New mail

DE KEIZER-koster-mentaliteit

Joren Vermeersch is jurist, historicus en auteur. Hij is eerste opvolger voor de N-VA voor de Kamer, West-Vlaanderen, en schrijft in eigen naam. Zijn column verschijnt tweewekelijks op maandag.

***  Vandaag in De Standaard een greep uit het subliem geschreven  …

De keizer-koster-mentaliteit

In de dagen van Mozart en Haydn werden wij geregeerd door een vorst die meende het beste met ons voor te hebben. Volgens de Habsburgse traditie van toen was het principe: ‘Tout pour le peuple, rien par le peuple.’ Het klootjesvolk was te dom om te beseffen waar het nood aan had. Alleen een autocraat met kennis van zaken en niets dan goede bedoelingen kon het volk leiden naar een stralende toekomst.

De vorst is Jozef II, de bij de gratie Gods verkozen keizer van het Heilige Roomse Rijk. De man ging de geschiedenis in als de ergste regelneef die ooit de plak over ons zwaaide. Geen enkel detail ontsnapte aan zijn alziend oog.

Helemaal te gek werd het toen hij zich ging bemoeien met een instituut dat al sinds de vroege middeleeuwen populair was: de dorpskermis. Per keizerlijk edict moesten die plots allemaal op dezelfde dag plaatsvinden. Gedaan­ met de helft van het jaar schranzen en zuipen.

Jozef II bemoeide zich nergens zo hard mee als met de eredienst. Zelfs de lengte van de gewaden en van de doopkaarsen legde hij netjes vast in wetten en decreten. Dat leverde hem de wrok op van de Kerk en de spot van intellectueel Europa. Koning Frede­rik II van Pruisen, pennenvriend van Voltaire, noemde hem schertsend ‘mon frère le sacristain’. Meteen was de bijnaam van Jozef II geboren: de ‘keizer-koster’. Het etiket zou aan hem blijven kleven.

°° Vandaag beleven onze contreien een nieuwe opstoot van de keizer-koster-mentaliteit.  Denk vooral aan de vele oekazen van de Antwerpse tsarina, provinciegouverneur Cathy Berx. In haar onmetelijke wijsheid sloeg zij de traditie van het driekoningen­zingen in de ban (en daaruit afgeleid het nieuwjaarzingen in Laakdal – lv) .

Opvallend, want de groepjes die van deur tot deur gaan bestaan uit slechts drie kinderen. Dat is minder dan vier, het maximale aantal dat zich samen mag bewegen over de wegen van het rijk, zo werd verordonneerd per ministerieel besluit­.

Zelfs de liberalen ontpoppen zich dezer dagen tot keizer-kosters. Met Vincent Van Quickenborne op de post van Justitie. Nu mag hij zich buigen over de favoriete hobby van Jozef II: de mis reguleren. Eerst werd die door minister Van Quickenborne integraal verboden.

Toen de Raad van State erop­ wees dat dit ongrondwettelijk was, verordonneerde de minister in al zijn welwillendheid dat er voortaan exact vijftien mensen naar de mis mogen (DS 10 december).

Daarmee toont de minister zich zeer bekommerd om het lot van de gelovige kudde. De vijftien gelukkigen die met Kerstmis naar de kathedraal van Antwerpen mogen afzak­ken, zullen door zijn wijze ingreep elk maar liefst 533 vierkante meter ter beschikking hebben.

Wat een weelde, wat een generositeit, te weten dat er onderdanen zijn die zich met dertig of meer moeten proppen in een lijnbus van twaalf meter op drie, alleen maar om op hun werk te raken.

Het idee om dat te gaan vastpinnen op één exact cijfertje, uniform geldend voor alle gebedshuizen over het hele land, is maniakaal. Alsof je de majestueuze Sint-Baafskathedraal van Gent kunt vergelijken met een kleine achterkamermoskee in de Brugse Poort.

Waarom laat je de lokale brandweer niet gewoon vaststellen hoeveel mensen er veilig in een bepaalde kerk, moskee of synagoge kunnen? Tenslotte is er maar één coro­naregel werkelijk van levens­belang: afstand houden.

De regeldrift van Jozef II veroorzaakte in 1789 de eerste nationale opstand sinds de doortocht van de wrede vorst Filips II en zijn bloedhond Alva. Met de staart tussen de benen vluchtten de Habsburgers het land uit.

Vandaag is Jozef II een curio­sum in onze lange politieke geschie­denis, een schertsfiguur. Ziedaar­ de prijs die de eigenzinnige vorst betaalde voor zijn vele vermanende vingers. Het is een fout die onze­ politieke klasse beter niet opnieuw­ maakt.

What do you want to do ?

New mail

What do you want to do ?

New mail

What do you want to do ?

New mail

What do you want to do ?

New mail

RAZZIA’S in Antwerpen anno 1942

What do you want to do ?

New mail

Het naziregime dat begin jaren dertig aan de macht komt in Duitsland, is openlijk antisemitisch en neemt heel wat anti-Joodse maatregelen. Tijdens de Tweede Wereldoorlog vertrekken vanuit België in totaal 28 transporten. Bijna allemaal hebben ze het vernietigingskamp Auschwitz-Birkenau als bestemming.

° Er zijn in totaal zo’n 25.273 joden en 353 zigeuners aan boord. Slechts 1.251 van hen overleven. Plaats van vertrek is de Dossinkazerne in Mechelen.

° 17 van deze 28 transporten gebeuren in de korte periode tussen 4 augustus en 31 oktober 1942. Tegen dan zijn al om en bij de 10.000 Joden weggevoerd.

° Zij zijn meestal het slachtoffer van de razzia’s.. Er wordt geschat dat slechts 55% van de in België geregistreerde Joden de oorlog overleeft. Ook in Antwerpen vinden er meerdere razzia’s plaats in de zomer van 1942

° De vierde razzia vindt plaats in de nacht van 28 op 29 augustus, vandaag 78 jaar geleden. Als straf voor de sabotage van de dag voordien, krijgt de Antwerpse politie nu een meer actieve rol toebedeeld. Ze moet zelf 1.000 Joden oppakken. Hoofdcommissaris De Potter zegt zonder verpinken dat de agenten de opdracht moeten uitvoeren.

° Hier en daar weigeren agenten medewerking, anderen knijpen nu en dan een oogje dicht. Waar nodig komt er versterking van andere eenheden. Elke politiewijk moet 250 Joden arresteren. De 943 opgepakte Joden worden samengebracht in scholen. Opnieuw reageren de Antwerpse lokale verantwoordelijken niet.

° De vijfde grote razzia vindt plaats op 11 en 12 september. Die dag rekent de bezetter niet op de medewerking van het Antwerpse politiekorps. Toch zijn er wel enkele agenten die hun Duitse ‘collega’s’ bijstaan tijdens deze acties.

° In de dagen, weken en maanden na de razzia’s gaan de acties verder. Vanaf september 1942 rekent de bezetter hiervoor wel niet meer op de actieve medewerking van de Antwerpse lokale politie. De bezetter past zijn tactiek aan en rekent enkel nog op de Duitse politiediensten en zijn handlangers.

° Hoeveel procent van de Antwerpse Joden de bezetter exact deporteert naar het concentratiekamp en vernietigingscentrum Auschwitz-Birkenau, is heel moeilijk te becijferen en nog volop in onderzoek. Historicus Lieven Saerens, die diepgravend onderzoek voerde naar de Antwerpse specificiteit, spreekt van 65 tot 68%.

° Lopend onderzoek uitgevoerd door Kazerne Dossin, bevestigt dat het Antwerpse deportatiecijfer hoger ligt dan het landelijke gemiddelde van 45%. Wel tonen hun voorlopige onderzoeksresultaten aan dat het cijfer evenwel niet zo hoog zal blijken als 65 tot 68%. Berekeningen van Saerens suggereren dat ongeveer 10.000  Joden uit het Antwerpse de oorlog niet overleven.

° De Duitse vervolgingspolitiek doet heel wat Joden kiezen voor de vlucht of onderduik. Ze komen zo in een situatie terecht waarin ze voor voedsel, onderdak en overleven volledig afhankelijk zijn van anderen.

° Naar schatting kunnen 15.000 in België verblijvende Joden na de zomer van 1942 nog onderduiken of vluchten. De Duitse vervolgingspolitiek treft de Antwerpse Joden heel zwaar. De meerderheid overleeft de oorlog niet.

° Wie de kampen wel overleeft, keert gebroken terug, met heel wat fysieke en mentale gevolgen. Het menselijke leed is groot. Iedereen heeft familieleden, vrienden of kennissen die in Auschwitz-Birkenau zijn overleden en er heerst heel wat onduidelijkheid over nabestaanden...      – geen foto’s beschikbaar –

What do you want to do ?

New mail

What do you want to do ?

New mail

What do you want to do ?

New mail

What do you want to do ?

New mail

What do you want to do ?

New mail

ANTWERPSE ZOO MET GESCHIEDENIS

Niet langer de Antwerpse Zoo, en ook niet dierenpark Planckendael, maar de populairste dierentuin van ons land is Pairi Daiza in Henegouwen.

° Wat niet belet dat de Antwerpse Zoo wel veruit de oudste dierentuin van ons land blijft. Gisteren 21 juli werd de zoo 178 jaar oud.

399px-20110616_antwerp45° Met die 178 jaar blijft ‘de Zoo’ ook één van de oudste dierentuinen ter wereld. Bovendien is het de dierentuin van onze jeugd. Met ‘onze jeugd’ bedoel in die van de zestigers, zeventigers en nog ouderen van nu. De unieke, jaarlijkse schoolreizen van toen hadden vrijwel allemaal ‘de dierentuin’ op hun programma staan.

° In 1843 was het geen sinecure om een dierentuin in het leven te roepen. Bij de opening was er dan ook niet meer te zien dan een collectie opgezette dieren, wat geiten en enkele paarden.

° Eén jaar later (1844) was er nog maar één gebouw, met kooien voor roofdieren, een aantal apen, vogels en slangen. Tot 1850 gebeurden er meer dan 240 schenkingen, maar veel van de verzamelde dieren overleefden de lange reizen niet.

390px-Antwerpen_Zoo_Tijger_8-10-2010_13-11-07° In augustus 1914 brandde de eerste wereldoorlog los en werd Antwerpen gebombardeerd door Duitse zeppelins. De gevaarlijkste roofdieren werden uit hun buitenverblijven gehaald.

° Op 7 oktober gaf de provinciegouverneur zelfs het bevel om 32 dieren dood te schieten. Niet alleen de leeuwen, maar ook de tijgers, panters, jaguar, wolf en alle gifslangen. Het ontsnappingsgevaar was immers te groot.

° Tegen het einde van WO I werd men zelfs verplicht de buffels, antilopen en andere herkauwers te slachten. Er was voedselschaarste in de stad en het eten voor de dieren was te duur geworden. Bij de bevrijding op 11 november 1918 was minder dan 20% van de dieren nog in leven.

° In 1975 werd ‘ZOO Antwerpen’ bij KB erkend als beschermd landschap. In 1984 zelfs als historisch monument. Dat betekende ook extra geld voor het onderhoud van tuinen en gebouwen.

Een tip voor wie er nog nooit geweest is: neem de trein naar Antwerpen. Bij het buitenkomen van het station meteen rechts (zie foto inkom). Foto : Siberische tijger. Wel strict de coronamaatregelen respecteren…

What do you want to do ?

New mail

What do you want to do ?

New mail

What do you want to do ?

New mail

What do you want to do ?

New mail

What do you want to do ?

New mail

Eric Geboers één jaar overleden

De vijfvoudige wereldkampioen Eric Geboers is vandaag 6 mei een jaar dood. Overleden in het koude water van een voormalige zandwinningsput toen hij zijn hondje van een gewisse verdrinkingsdood wou redden. Hoe onredelijk hard kon het lot toeslaan.

interviewevertsgeboerscover

5 augustus 1990, zijn 28ste verjaardag, werd niet alleen de absolute triomfdag van zijn carrière, maar ook de uiteindelijke bekroning van zijn loopbaan. De GP op de Citadel van Namen winnen en voor de vijfde keer wereldkampioen worden, waren zijn ultieme mikpunten in de motorsport.

Hij kon er nu ‘op een fatsoenlijke manier’ een eindpunt achter zetten, zoals men dat in de Kempen zegt. Elf jaren aan de top, met vijf wereldtitels als resultaat, hadden hem fysiek en vooral mentaal uitgeput. Tegen veel adviezen in hield hij zijn loopbaan voor bekeken.

“Dat was het dan, nu begin ik een ander leven”, besloot Eric later de avond met een nieuwe flikkering in de ogen, nadat hij op de Citadel de laatste bakworsten van de barbecuetractatie geserveerd had aan zijn beste vrienden.

Voor Eric Geboers gingen vanaf augustus 1988 reeds alle deuren open. Eric werd toen niet alleen “Sportman van het jaar” gekroond, maar hij kreeg ook de “Trofee voor sportverdienste”. Geen motorcrosser had hem dat ooit voorgedaan.

In de sporttop-52 van de 20ste eeuw kreeg Eric in België de 30ste plaats toegewezen. Net achter zwemfenomeen Fred Deburgghraeve, maar voor meerkamper Dailey Thompson en voor de legendarische autocoureur Manuel Fangio.

In bedoeld klassement was Eric Geboers bovendien de enige motorcrosser die voor een klassering in aanmerking kwam tussen de allergrootste sportvedetten van de afgelopen 100 jaar. Zijn vijf wereldtitels en het feit dat hij toen nog steeds de enige rijder was die wereldkampioen werd in alle drie de soloklassen, waren daar zeker niet vreemd aan.

Een tijdperk was ten einde. De herinnering aan elf fantastische crossjaren zijn gebleven bij zijn vele duizenden supporters. Rust in vrede, Eric.

(foto’s hierboven met Stefan Everts, Roger De Coster, broer Sylvain en mezelf)

ERIC GEBOERS BESTE MOTORCROSSER VAN DE 20STE EEUW

Eric Geboers is meer dan een week dood. Overleden in het koude water van een voormalige zandwinningsput toen hij zijn hondje van een gewisse verdrinkingsdood wou redden. Hoe hard en onredelijk kan het lot toeslaan. Gisteren dinsdag 15 mei mocht het publiek een laatste groet aan hem brengen. Vandaag woensdag was er de begrafenis in intieme kring.

In de sporttop-52 van de 20ste eeuw kreeg Eric in België de 30ste plaats toegewezen. Net achter zwemfenomeen Fred Deburgghraeve, maar voor meerkamper Dailey Thompson en voor de legendarische autocoureur Manuel Fangio. In bedoeld klassement was Eric Geboers bovendien de enige motorcrosser die voor een klassering in aanmerking kwam tussen de allergrootste sportvedetten van de afgelopen 100 jaar. Zijn vijf wereldtitels en het feit dat hij toen nog steeds de enige rijder was die wereldkampioen werd in alle drie de soloklassen, waren daar zeker niet vreemd aan.

sept-okt 2009 094-1sept-okt 2009 275

5 augustus 2018 zou Eric Geboers 56 worden . Na een mislukt uitstapje in de wereld van helikopters  en co werd “The Kid” van weleer, samen met grote broer Sylvain , teammanager van de Suzuki GP ploeg.  En  zat hij opnieuw waar hij echt thuishoorde, in de motorcross. Een wereld die hij door en door kende.

Hieronder één van de vele interviews die ik met hem mocht maken als voorbereiding van mijn boek “Eric-the Kid-Geboers” dat midden december 1990 werd voorgesteld tijdens de Hardcross in het Sportpaleis van Antwerpen. Het boek is niet meer te koop wegens uitgeput en niet herdrukt .

  • Tien jaar lang scheerde Eric de hoogste toppen, maar gaf hij er op zijn 28ste plots de brui aan. Mentaal helemaal leeg. In de sportwereld op topniveau is er geen plaats voor een stapje opzij. Presteren en nog eens presteren moet er gedaan worden en dat vreet aan een mens. “Ik heb nog steeds geen sikkepit spijt over die beslissing van toen”, bekende  Eric toen en onlangs nog.

De titel “Mister 875”, een simpele optelling van 125+250+500, in zijn tijd de drie soloklassen van de motorcross, kreeg de jongste van de broers Geboers al in 1988 opgespeld. Toen werd hij voor de eerste maal wereldkampioen 500cc. Eerder had hij ook al titels behaald in 125 en 250cc.

Zijn prestigieus record werd pas in het nieuwe millennium door Stefan Everts geëvenaard en ruim verbeterd. Stefan werd niet alleen de tweede “Mister 875” ooit,  maar won ook nog eens 101 GP’s en 10 wereldtitels. Daarmee verpulverde ‘The Legend’ alle bestaande records. Eric Geboers had er geen moeite mee om dat te erkennen. Stefan is de beste, zei hij vaak,de allerbeste.

th.2jpg th3

  • Eric Geboers was de man van de korte, felle carrière. In een minimum van tijd won hij bijna alles wat er te winnen was. Zijn palmares blijft weergaloos.
    In ’79 maakte Eric zijn WK-debuut, in ’90 besloot hij definitief met crossen te stoppen. Exact 28 jaar jong.
    In die periode van elf jaar won Eric twee wereldtitels in 125cc, één in 250cc en nog twee in 500cc. In totaal reed hij 119 GP’s. Daarvan won hij er 39. Eric won ook 74 GP-reeksen.

Training als wetenschap

De jongste van de broers Geboers was niet alleen een begenadigde motorcrosser, Eric gaat ook de geschiedenis in als de man die het crossvolk leerde trainen. Training, gebaseerd op wetenschap.

th-1-223x300Eric: “Toen ik mijn carrière begon, was er van training nauwelijks sprake. Iedereen deed wel wat, daar niet van, maar het was natte vingerwerk. Op tijd en stond een stevig stuk vlees tussen de tanden en dan maar rondjes gaan malen tot je tong over je stuur hing. Meer stelde het niet voor. Ik had al snel door dat het anders kon, anders moest.
Stevig onderbouwde schema’s, controle van de hartslag en lactaat testen zijn nu gelukkig alom aan de orde.”
“In de laatste jaren van mijn carrière heb ik omzeggens altijd zonder motor getraind. Ik moest het hebben van loop- en krachttraining, puur fysiek dus. Pas in het weekend zag ik mijn motor terug. De aanblik ervan zorgde telkens weer voor een forse adrenalinestoot, als een haan die zijn kippen terugziet. Die kicks deden het.”

Een prima voorbereiding is nog steeds de beste garantie om het lichaam gaaf te houden. In totaal liep Geboers “maar” 13 breuken op.

“Kleine breuken dan nog”, relativeerde Eric meteen. “Hand, pols, duim, knie, maar geen been- of armbreuken. Voor de Antwerpse Hardcross ’90, gepland als de laatste wedstrijd uit mijn carrière, heb ik verstek gegeven omdat ik in de supercross van Paris-Bercy een sleutelbeen brak. Zo zie je maar dat je altijd alert moet zijn als je deze sport beoefent, zelfs tot op de absolute slotdag toe.”

  • Wat waren je voornaamste eigenschappen?

Eric:“Ik denk dat ik een flinke hoeveelheid aangeboren talent had. Ook van mijn eerder kleine gestalte had ik meer voordeel dan nadeel. Ik ben tussen motoren opgegroeid. Vader verkocht auto’s, later scooters en brommers. In zijn jonge jaren was hij amateurcrosser. Logisch toch dat zijn zonen dat ook gingen doen. Ik werd 5 augustus ’62 geboren, mijn oudste broer Sylvain won op dat ogenblik een nevenwedstrijd van de Belgische GP in Namen.”
“In het werkhuis van vader stond altijd wel een Mobyletteke ergens verloren in een hoek. En vermits de Keiheuvel vlakbij de deur lag, en er van groene jongens nog geen sprake was… Op dergelijke spullen heb ik mijn technische bagage verworven.”

Harry Everts, die in 1980 in het Suzukiteam van Sylvain reed, volgde van dichtbij het GP-debuut van Eric in het WK.

mx history day (58)Harry:“In Hechtel viel hij net naast het podium, maar Rinaldi, Velkeneers en ik wisten meteen dat we er een klant hadden bij gekregen. Ik had daar geen problemen mee. Ik wist al eerder dat Eric ons op een dag ging overtroeven, want ik zag hem dag na dag progressie maken. Eric werd meteen vierde in zijn eerste internationale Grote Prijs. Een paar weken later won hij zijn eerste GP. In zijn eerste WK werd hij derde in de eindstand. Lang niet slecht voor een debutant die bovendien verstek diende te geven voor de eerste twee GP’s.”

  • Hoezo?

Eric:” In die tijd moest je 18 zijn om te mogen deelnemen aan het WK. Na de GP van Oostenrijk vernam Sylvain echter dat de 17-jarige Guy Van Gijseghem, die goede connecties had met bondsvoorzitter Bruneel, er zijn debuut had gemaakt. Bruneel had weet van de plotse verlaging van de leeftijdsgrens naar 16, terwijl wij door de BMB in het ongewisse werden gelaten. Jammer toch, want ik won dat jaar de GP’s van Frankrijk, Duitsland en Tsjecho-Slowakije. Er zat toen echt meer in dan de derde plaats ,misschien de eerste wel.”

Eric was ook een echte lefgozer. In het uitdagen van zijn concurrenten balanceerde hij vaak op het randje van het toelaatbare. Zoals tijdens die bewuste paastrofee van ’83.

mx history day (29)Eric:”Het weer was slecht tijdens de tweede dag in Leuven. De mensen stonden nat en verkleumd achter de omheining. Bovendien was de fut uit de trofeekoers, want ik had de eindwinst na de tweede Brabantse reeks al binnen. Voor de laatste reeks kwam ik niet meteen opdagen. Pas toen de jongens al goed anderhalve minuut over de slijkbaan laveerden, begon ik eraan en werd nog tweede in die reeks. De mensen juichten en vergaten hun nat pak. Met zulke acties wou ik de collega’s echt niet belachelijk maken, hoor. De uitdaging om het onmogelijke toch mogelijk te maken was gewoon sterker dan mezelf. Ik heb vaker dergelijke dingen uitgevreten. Ja, ik was een “adrenalinejunk”. Ik had die shots nodig om plezier te blijven hebben van mijn vak.”

In 1984 verkaste Eric van 125 naar 500cc en van Suzuki naar Honda.

Eric:”Suzuki hield er eind ’83 mee op, ik moest dus wel verhuizen. De overstap van 125cc naar 500cc en van de vertrouwde Suzuki naar de totaal andere Honda bleek echter te groot. Het heeft echt veel tijd gekost om me aan te passen. Het motorkarakter van de Honda was helemaal anders dan dat van de Suzuki en ook aan mijn nieuwe rijstijl heb ik jaren moeten werken.”

1984, ’85 en ’86 werden de jaren van Malherbe en Thorpe.

Omdat 500cc in het midden van de jaren 1980 de absolute koningsklasse was, maar Honda ook een doorbraak in 250cc wou forceren, werd Eric Geboers door zijn toenmalige teamboss Steve Whitelock doorverwezen naar de middencategorie. Aanvankelijk zeer tegen zijn zin, maar de argumentatie van de Amerikaan deed het ‘m uiteindelijk toch.

Eric:”Steve, de man die me de nickname Kid bezorgde omdat ik maar 1m68 groot ben, argumenteerde dat het ogenblik bijzonder gunstig was om de kwartlitertitel te pakken. Daarna zou ik meteen mogen terugkeren naar 500cc om opnieuw wereldkampioen te worden. Daarmee zou ik de eerste worden die de drie titels op zijn naam kon schrijven, de eerste “mister 875″. Steve kon me overtuigen om die stap te zetten… 250cc werd echter geen gemakkelijk WK, maar er was geen excuus voorhanden om de titel niet te winnen. Uiteindelijk won ik hem en dat gaf een enorme voldoening. Voor mij en voor Honda.”

  • Meteen bingo

Eric:”Een jaar later won ik ook de 500cc-titel. Uitgerekend in Namen. Zonder er een reeks of de GP te winnen. Dat deed de Zweed Hakan Carlqvist. Na afloop van de eerste reeks had ik evenwel voldoende punten vergaard om de nieuwe wereldkampioen te zijn. Op slag werd ik ook de eerste “Mister 875″. Het feest achteraf was navenant.”

Ook Jobé ging dat jaar voor dezelfde bekroning. Jobé, reeds tweemaal wereldkampioen 250cc en eenmaal 500cc, koos in 1988 voor de 125cc-categorie. De Luikenaar bleek evenwel geen partij voor JM Bayle en Co.Hij ging af als een gieter.

th.1jpg

  • Rise and fall

Voor Eric Geboers gingen vanaf augustus 1988 alle deuren open. Eric werd niet alleen “Sportman van het jaar” gekroond, maar hij kreeg ook de “Trofee voor sportverdienste”. Geen motorcrosser had hem dat ooit voorgedaan.

Voor Geboers werd 1989 het jaar van de terugval. De motivatie was weg. Eric had zowat alles gewonnen wat er te winnen viel. Ook persoonlijke problemen en verkeerde technische keuzes lagen toen aan de basis van zijn verlies tegen Dave Thorpe en Jeff Leisk.

mx history day (61)Eric:”Zeg maar dat ik het na tien jaar top cross niet meer kon opbrengen om nog te trainen. Zelfs winnen deed me nog nauwelijks wat. Op het podium kreeg ik geen brok meer in de keel wanneer mijn naam gescandeerd werd. Ik wist toen dat het behoorlijk fout zat, maar ik deed er niks aan. Erger nog, vaak had ik het gevoel dat ik nog teveel kreeg in verhouding tot de geleverde inspanningen. Ook ‘Eric Geboers Events’, mijn bedrijf in sportpromotie, stond toen in de steigers. Ik voelde dat de commercie de motorcross naar de tweede plaats had verdrongen. Begin 1990 werd ‘EG Events’ officieel boven de doopvont gehouden in het Antwerpse Provinciehuis.”

  • Nog één keer

Maar Eric Geboers was er de man niet naar om ongemerkt van het crosstoneel te verdwijnen.

Eric:“Ik wou nog één keer schitteren en dan afscheid nemen op het toppunt van mijn kunnen. Daarvoor had ik nieuwe uitdagingen nodig.”

En die vond hij.

Eric:“De triatlonploeg, die ik vanaf 1990 onder mijn hoede nam, bracht opnieuw orde en regelmaat in mijn leven. Als fanaat van harde duurtrainingen kon ik niet beter aan mijn trekken komen dan bij deze jongens en meisjes. Zij waren nog fanatieker met hun sport bezig dan ik met de mijne. Het werd een enige ervaring.
Tien jaar lang had ik het tempo aangegeven tijdens mijn trainingen, nu moest ik achter deze bende aan. Ik liep, zwom en fietste mij dagelijks haast een beroerte. De sportmedische begeleiding deed de rest. Nog voor het crossseizoen van start ging, wist ik dat niemand mij van een vijfde wereldtitel zou houden. Mijn carrière moest eindigen in schoonheid.”

  • Orgelpunt

En dat gebeurde ook. In zijn laatste jaar won Eric de GP’s van Finland, Italië, Engeland, San Marino, België en de VS.

5 augustus 1990, zijn 28ste verjaardag, won hij voor het eerst de Belgische GP op de Naamse Citadel  en werd hij ook voor de vijfde keer wereldkampioen. Het laatste hiaat in zijn weergaloos palmares was opgevuld.

Eric:”5 augustus 1990, mijn 28ste verjaardag, werd niet alleen de absolute triomfdag van mijn carrière, maar ook de uiteindelijke bekroning van mijn loopbaan. Ik kon er nu op een fatsoenlijke manier een eindpunt achter zetten, zoals men dat in de Kempen zegt. Ik geloof niet dat iemand me dat op die manier heeft voorgedaan.

“Dat was het dan, nu begin ik een ander leven”, besloot Eric later de avond met een nieuwe flikkering in de ogen, nadat hij op de Naamse Citadel de laatste bakworsten van de barbecuetractatie geserveerd had aan zijn beste vrienden.

Een tijdperk was ten einde. De herinnering aan elf fantastische crossjaren zijn gebleven bij zijn vele duizenden supporters. Rust in vrede, Eric.

-ludo vervloet-

 

Op de uitvaartplechtigheid van Eric waren geen media en publiek toegelaten. Een bevriende fotograaf maakte tijdens de begrafenis beelden.
32837472_10156365197171100_3723996967894777856_n 32924372_10156365195911100_5818502731169529856_n 32917086_10156365195346100_5224111976463990784_n 32780099_10156365196171100_1562907258638041088_n 32972194_10156365196361100_8156667482409533440_n 32854789_10156365195436100_463062882565750784_n32928287_10156365196996100_1428511169236172800_n 32968133_10156365195576100_422131612306636800_n32535046_10156359316071100_3576295147119312896_n 32873711_10156365196616100_5989935053709246464_n

Dinsdag 15 mei was iedereen welkom voor een laatste groet van 19 uur tot 21 uur in de cafetaria van het motorcrossparcours in de Marie Curiestraat 24 in Lommel. Meer dan 2.000 rouwenden daagden op.