ALBERT I SPRAK …

Op 22 november 1918 sprak koning Albert I (1875-1934) tot het Belgische parlement. In zijn rede deed hij meer dan zijn zegen geven aan de tripartite (‘driepartijen)-regering die de dag daarvoor was aangetreden.

* De koning sprak zich ook uit voor meer gelijkheid in België: invoering van het algemeen enkelvoudig stemrecht, invoering van sociale wetgeving en van erkenning van het Nederlands naast het Frans.

* In 1919 werd het algemeen enkelvoudig stemrecht ingevoerd  voor alle mannen van 21 jaar en ouder. Voor die tijd was het stemrecht voorbehouden aan een deel van de mannelijke bevolking.

* Gezinshoofden kregen echter een extra stem, en daarnaast kon een extra stem gegeven worden aan personen die een diploma hoger onderwijs en/of vermogen hadden.

* In totaal kon men maximaal drie stemmen uitbrengen. De gedachte was dat wie iets opgebouwd had, ook meer te verliezen had, en dus meer inspraak mocht hebben.

CECI N’EST PAS MAGRITTE

Toen René Magritte in 1912 dertien jaar oud was, werd zijn moeder dood uit de Samber gehaald. Zij had zich met een doek voor haar voorhoofd in het water gestort.

In zijn werk verwijst zoon René meermaals naar dit drama, met illustraties van een vrouw van wie het aangezicht bedekt is.

* René Magritte werkte in eerste instantie als ontwerper bij Victor Servranckx in de behangpapierfabriek Peters-Lacroix. Het debuut van Magritte in de schilderkunst was kubistisch, futuristische en abstract.

* Na de kennismaking met het werk van Giorgio de Chirico in 1925, begon het werk van Magritte surrealistische elementen te assimileren. De Chirico beeldt voorwerpen zeer realistisch uit maar in totaal verschillende contexten. Zo beklemtoont De Chirico de raadselachtigheid van de objectenwereld.

* Tussen 1927 en 1930 werd in Parijs zijn surrealistische visie bekroond met de vriendschap van André Breto, schrijver van Het Surrealistisch Manifest.

* De zwarte humor van Magritte leidde hem ook vaak tot een morbide figuratie, daarbij nog meer gesurrealiseerd door de soms onmogelijk onwaarschijnlijke benamingen die hij zijn werk toebedeelde.

* Na 1945 werd Magritte lid van de Communistische Partij van België. In 1953 creëerde Magritte de wandschilderingen in het Casino van Knokke. Die zijn ondertussen beschermd.

**  In 1960 werd Magritte bekroond voor al zijn werk met de Belgische Staatsprijs. Het was de  eerste keer dat de Staatsprijs aan een kunstschilder werd toegekend.

* In de jaren 50 van de twintigste eeuw was Magrittes werk erg in trek bij New Yorkse verzamelaars. Magrittes werk zit voornamelijk in Amerikaanse collecties. Ook zijn bekendste icoon “La Trahison des Images” is daarbij.

* Magritte overleed op 21 november 1967. Samen met zijn vrouw werd hij begraven op het gemeentelijke kerkhof van Schaarbeek.

– Schilderstijl –

Het grootste deel van het oeuvre van Magritte behoort qua stijl tot het surrealisme, een van de belangrijke kunststromingen van de 20e eeuw.

* Het bekendste werk van Magritte is zonder enige twijfel “La Trahision des Images” (1928-29) of “Het verraad van de voorstelling” met de geschilderde tekst: “Ceci n’est pas une pipe” onder de zeer realistische afbeelding van een pijp.

* In dit werk schildert René Magritte een pijp met vlak daaronder de boodschap: “Dit hier is geen pijp” (Ceci n’est pas une pipe). Hij wil zichzelf en de toeschouwer herinneren aan het feit dat het hier gaat om een met olieverf beschilderd doek, en niet om een echte pijp.

* René Magritte vond dat het de taak is van de kunstschilder om de realiteit in een ander kader te plaatsen. Zijn kunst roept altijd meer vragen op dan zij kan beantwoorden.

* Veel van het werk van Magritte laat ook een verandering van het ene voorwerp in het andere zien. Bijvoorbeeld de serie woonhuizen in de nacht, met een heldere hemel in daglicht erboven (foto boven R). Of een maan die voor de bladeren van een boom hangt. Uilen of andere vogels die als planten uit de grond komen.

15 NOVEMBER ‘KONINGSDAG’

Vandaag 15 november is het Koningsdag. Oorspronkelijk het ‘Naamfeest van Zijne Majesteit de Koning’ genoemd.

*  Koningsdag werd in den beginne gevierd met kerkelijke overheden. Pas in 2001 werd deze in wezen religieuze plechtigheid vervangen door een burgerlijke.

Hoe de plechtigheden er vandaag gaan uitzien, werd niet meegedeeld. Vorig jaar was er geen viering omwille van corona. Voor twee jaar ging het er als volgt aan toe …

* In de voormiddag was er , op initiatief van de kerkelijke overheid , nog steeds het Te Deum in de kathedraal van St. Michiel & St.Goedele.

Op deze plechtigheid waren de leden van de koninklijke familie aanwezig. Hunne Majesteiten Koning Albert en Koningin Paola en Zijne Koninklijke Hoogheid Prins Lorenz woonden toen het Te Deum bij.

***  Het koningspaar zelf was, en zo hoort het ook,  niet aanwezig op de plechtigheden.

* De plechtige zitting vond ‘s middags plaats in het parlement, eveneens in aanwezigheid van leden van de koninklijke familie en van prominente genodigden, en bestond uit toespraken, getuigenissen en de huldiging van verdienstelijke landgenoten.

* Op Koningsdag werden –  net als op 8 april , de geboortedag van koning Albert I (en van mij, hihi) onderscheidingen in de nationale orden uitgereikt.

* In federale overheidsdiensten en sommige andere openbare diensten hebben de ambtenaren een vrije dag. Ook in het leger is Koningsdag een feestdag , net als voor de universiteit Gent.

***  Koningsdag is ook de officiële feestdag van de Duitse Gemeenschap van België.

*** Nog een weetje … Koning Leopold II van België werd op 15 november 1902 beschoten door de Italiaanse anarchist Gennaro Rubino. Lees hieronder meer , of druk rood …

AANSLAG OP KONINGSDAG

Koning Leopold II van België en de andere leden van de koninklijke familie werden op 15 november 1902 beschoten door de Italiaanse anarchist Gennaro Rubino toen zij terugkeerden van het jaarlijkse Te Deum in de kathedraal van Sint-Michiel en Sint-Goedele in Brussel.

Gennaro Rubino was werkloos en geradicaliseerd. Hij noemde zichzelf anarchist, maar was waarschijnlijk erg in de war. Met de aanslag in Brussel wilde hij een daad stellen om zijn trouw te bewijzen aan de anarchistische zaak.

Op 15 november 1902 vertoonde de vaak in het buitenland verkerende Leopold II zich dus weer eens in het openbaar in Brussel. Gennaro Rubino stond in de Koningsstraat, maar toen hij de stoet met de koetsen zag naderen was de anarchist erg onhandig.

Hij kon zijn pistool niet snel genoeg uit zijn jaszak krijgen en de eerste koets met de koning was al voorbij toen hij zijn pistool kon richten. Rubino riep “Leve de sociale revolutie! Leve de anarchie!” en schoot enkele keren op de derde koets.

De kogels misten de hoogwaardigheidsbekleders. Niemand raakte gewond bij de mislukte moordaanslag. Gennaro Rubino werd direct overmeesterd door omstanders. De politie moest snel tussenbeide komen om te beletten dat hij ter plekke werd gelyncht.

Gennaro Rubino werd tijdens zijn proces in februari 1903 schuldig bevonden en tot levenslang veroordeeld. In gevangenschap schreef hij herinneringen en een verdediging van zijn daad.

Wellicht werd hij door het gevangenisregime gekraakt. Gennaro Rubino werd krankzinnig en overleed op 14 maart 1918 in de gevangenis van Leuven aan de Spaanse griep.

De onhandige Rubino was zeker niet dom en zeer begaan met het lot van anderen. Bovendien was hij een heel belezen man. De vertalingen die hij als autodidact in de gevangenis maakte, van het Italiaans naar het Frans, waren uitstekend.       (met dank aan Ruud van Capelleveen)

de SPAANSE FURIE

De Spaanse Furie, ook bekend als de ‘plundering van Antwerpen’ vond plaats van 4 tot 7 november 1576. Aanleiding was de woede van de circa 5 000 Spaanse beroepssoldaten die meer dan twee jaar lang geen soldij kregen uitbetaald.

* Na de dood van Requesens, de opvolger van Alva, in maart 1576, hadden de Spaanse soldaten het recht in eigen handen genomen. De muitende soldaten, in feite gedrilde roversbenden, besloten steden te overvallen en de buit als soldij te beschouwen.

* Achtereenvolgend werd Mechelen aangevallen, Brussel bedreigd, Aalst geplunderd om ten slotte in Antwerpen, een zeer welvarende stad, hun furie bot te vieren. Zelfs hun officieren sloten zich bij de muiters aan.

Op 4 november, omstreeks half één in de middag, drongen Spaanse soldaten woningen binnen. Ze doodden talrijke inwoners, verkrachtten vrouwen op grote schaal en stalen het geld en de sieraden die ze op hun pad tegenkwamen.

* Volgens ooggetuigen riepen de Spaanse soldaten … “Santiago! España! A sangre, a carne, a fuego, a sacco!” (Sint-Jakob! Spanje! Moord, verkracht, brand, plunder!”)

* Drie dagen lang werd Antwerpen geplunderd, waarbij niemand gespaard werd. Het stadsbestuur coördineerde een tegenaanval. Vanuit het stadhuis en omliggende woningen schoten de Antwerpenaren met scherp op de Spaanse soldaten.

* De Spanjaarden wisten dat de vernietiging van het stadhuis de enige manier was om het verzet te breken en staken het stadhuis met stro in brand. De burgers die het stadhuis ontvluchtten, werden doodgeslagen of doodgeschoten. Branden sloegen over op de huizen in het centrum van de stad. Enkele honderden huizen brandden af..

* Van het stadhuis bleef niks over dan alleen de buitenmuren. Enkele inwoners wisten nog een aanzienlijk deel van het stadsarchief te redden.

** Afgaande op de verslagen van Antwerpse burgers leert dat vermoedelijk honderden slachtoffers zijn gevallen en geen duizenden. Overdrijvingen van calvinistische chroniqueurs wellicht.

* Na de Spaanse Furie werden de troepen Antwerpen uitgejaagd en kwam een calvinistisch bewind aan de macht in de stad.

* In juni 1579 sloot Antwerpen zich aan bij de Unie van Utrecht die de Spanjaarden bestreed. In 1581 was de wederopbouw van het jonge, totaal vernielde stadhuis van Antwerpen een feit.

FURIE WAS GEEN VAL

* Enkele jaren later, in 1584 en 1585, vond het Beleg van Antwerpen plaats. Dat liep uit op de Val van Antwerpen in augustus 1585.

* Pogingen om Antwerpen en andere Vlaamse steden aan te sluiten bij de Nederlandse stadstaten die later Nederland zou worden , werd vooral door Marnix van St Aldegonde amateuristisch verkwanseld. Maar later meer daarover .

* Na de Val van Antwerpen vluchtten veel protestantse (en andere) inwoners van Antwerpen naar de Republiek der Nederlanden, waar een deel van hen aan de basis stond van wat bekend werd als de ‘Gouden Eeuw van de Noordelijke Nederlanden.’

“Dia de la Hispanidad”

12 oktober , de dag waarop Columbus destijds Amerika ‘ontdekte’ de “Dia de la Hispanidad” en Nationale Feestdag van Spanje en van de Spaanssprekende landen, zal nog eens in mineur verlopen. Corona blijft de graag feestende wereld aan banden leggen.
 
* ​Wij herinneren ons zeker nog de lessen van geschiedenis waarin de bekende ontdekkingsreiziger  Christoffel Columbus in 1492 Amerika ontdekte…
* In opdracht van de Spaanse kroon vertrok Columbus destijds om in westwaartse richting India te vinden. Hij zou daarmee aantonen dat de aarde niet vlak maar bolvormig was.
.
* De drie schepen waarmee hij de Atlantische Oceaan overstak waren het vlaggenschip de Santa Maria, de Pinta en de Niña.
* Reeds in de 6de eeuw voor Christus werd door astronomische observaties van de Griekse wiskundige Pytagoras, de man die ons het bekende ezelsbruggetje heeft bijgebracht, bevestigt dat de aarde rond was.
Bovendien zocht Columbus  een snellere vaar- en handelsroute naar … India en China.
* 12 oktober 1492 arriveerde Christoffel Columbus op het eiland Guanni in de archipel van de Bahama’s. Aanvankelijk dacht men dat zij waren aangemeerd in India en zo werden de plaatselijke volkeren Indianen genoemd.
* De uitdrukking “Hispanidad” verwijst naar de landen en volkeren die gemeenschappelijk het Spaans erfgoed, cultuur en de taal delen.
* Volgens de meest actuele gegevens van het “Instituto Servantes” zouden maar liefst 577 miljoen Spaansprekenden of “Hispanohablantes” in 21 landen de Spaanse taal spreken.
* Spaans en Engels wedijveren met elkaar over de tweede of derde plaats van de meest gesproken talen ter wereld. Het Mandarijns zou op de eerste plaats staan als meest gesproken taal. Terwijl ‘het Chinees’ een verzamelnaam voor meerdere talen is in China.
* Voor de Internationale Spaanssprekende landen werd jaarlijks 12 oktober, als herinnering aan de ontdekking van Amerika, als feestdag aanvaard.
Wereldwijd worden door de Latijnse volkeren grootse feestelijkheden op touw gezet waar ook de kerkelijke gemeenschap telkens nauw bij betrokken is.
De Nationale Feestdag van Spanje
* Eveneens op 12 oktober viert men jaarlijks de Nationale Feestdag van Spanje. Een van de belangrijkste festivals in Spanje waarbij men de ontmoeting van twee werelddelen Europa en Amerika herdenkt.
* Gewoonlijk is er een volksfeest in de hoofdstad Madrid met groots opgezette militaire parade waarbij de koninklijke familie en genodigden van de nationale regering, de deelregeringen en van Europa aanwezig zijn. Ook vandaag? Corona … nog steeds de grote schuldige, kent de laatste dagen weer een fikse opstoot.
* Corona verhinderde ook dat deze feestelijke verlofdag, waarbij winkels en bedrijven hun deuren sluiten, een normaal verloop krijgt.
.
* In vele dorpen en steden zijn normaliter de feestelijkheden voor jong en oud een must. Volksspelen, dans – en eetfestijnen waarbij streekgerechten, vaten bier en wijn de festiviteiten vervolledigen, zijn een traditie. Die nog een jaartje? in de kast blijven.
(mmv diverse media)

LES FLA, LES FLA, LES FLAMANDES …

JACQUES  BREL was bij leven een gecontesteerd figuur. Iemand die tegen de benen durfde te schoppen van de kerk, de bourgeoisie, de Vlaamse nationalisten, kortom  tegen die van alles en iedereen.

** Brel was Brel, met niemand te vergelijken. Hij had de poëzie van Bob Dylan, de introspectie van John Lennon en de viriliteit van Bruce Springsteen (of hadden alle drie de sterren hét van hem ?). Zijn intense beleving op het podium herinnerde aan Edith Piaf, de kleine, energieke straatmus van Parijs.

* Jacques Brel (8 april (ook mijn geboortedag, maar ik kan niet zingen) – 1929) kwam uit een gegoede familie van kartonfabrikanten. Brel schreef echter  liever liedjes  en gedichten dan fabrieksdirecteur te worden.

* In 1953 trok hij voor het eerst naar Parijs. Daar zat men nog niet op hem te wachten. Hij kwam terug, werd opgemerkt door radio-omroep Limburg en door chef Jef Claessen diverse uitzendingen lang live voor de micro gegooid.

* In 1955, op de vooravond van zijn doorbraak, verzorgde  hij een week lang in de Brusselse ‘Ancienne Belgique’ het voorprogramma van … Bobbejaan Schoepen, toen een gevestigde waarde.

* In 1957 was het hek helemaal van de dam met ‘Quand on n’a que l’amour. Meteen werd hij in Frankrijk gelanceerd, even later volgde heel Europa. Brel was een ster met liedjes als ‘Ne me quitte pas’, ‘Marieke’, ‘Les Bourgeois’,’ Le Plat Pays’, ‘Amsterdam’ en andere ‘Chanson des vieux amants’.

* In 1968 zei Brel het podium vaarwel. De tabak en de alcohol beletten hem om nog avonden door te gaan. Hij schakelde over op films, maar die werden een flop. De musical ‘l’Homme de la Mancha’ werd wel een succes. Het laatste, zou blijken.

** In 1973 trok Jacques Brel zich terug op de Markiezeneilanden. Vijf jaar later kwam hij terug naar Parijs. 9 oktober 1978 stierf hij aan longkanker. Hij werd … 49.

** Tot slot , een uitspraak van de artiest: Ik ben een deugdzaam mens, en … dat spijt me.”

Manneke Pis van Brussel

Niet ver van de Grote Markt staat Manneke Pis. Dit beeldje van een plassend jongetje staat op de hoek van de Stoofstraat (Rue de l’Etuve) en de Eikstraat (Rue de Chênes). Het is een van de meest populaire bezienswaardigheden in Brussel. Manneke-Pis is het symbool van het spottende, ‘zwanzende’ karakter van de Stad Brussel.

* Het jongetje is slechts 58 centimeter hoog, maar wereldberoemd. Het originele beeldje was van steen en werd in 1619 gemaakt door Hiëronymus Duquesnoy, in opdracht van het Brusselse stadsbestuur.

* Het beeldje werd verschillende keren gestolen, onder meer in 1817 door ene Antoine Licas die het aan stukken sloeg. De brokstukken werden teruggevonden en zodoende kon er een afgietsel van het origineel worden gemaakt. Die kopie werd overigens ook enkele keren gestolen, voor het laatst door studenten in de jaren 60 van de vorige eeuw.

* Manneke Pis heeft vaak kleren aan. In totaal worden er meer dan 700 kostuums bewaard in het Museum van de Stad Brussel aan de Grote Markt. Keuze te over dus. Die klerentraditie is al heel oud. In 1698 schonk landvoogd Maximiliaan Emanuel van Beieren als eerste een kostuum voor het beeldje.

* Als een staatshoofd België bezoekt, schenkt die vaak de nationale klederdracht van zijn land in de maat van Manneken Pis. Daarnaast bestaat de kledingkast van het beeldje uit onder meer een Elvis Presley-kostuum, voetbaltenues en de kleren van Mickey Mouse.

* Verder nog plast Manneken Pis bij speciale gelegenheden geen water, maar bier of wijn. In de Stoofstraat zijn kopieën van Manneken Pis in alle soorten en maten te koop.     -druk rood voor meer-

ONTSTAAN VAN DE TAALGRENS

België bestaat uit Frans sprekende Walen en Nederlands sprekende Vlamingen. Die talen verdelen ons klein, maar moeilijk België in twee taalgebieden. Het Duitse dateert pas van na WO I. Hoe het zo ver kwam, leert ons … de geschiedenis.

Knipsel5587* De Franken, een federatie van stammen uit de oostkant van het huidige Nederland en het Duitse Ruhrgebied, stak vanaf de jaren vijftig van de derde eeuw regelmatig de Rijn over. Naar het westen toe, toen nog bezet Romeins gebied. Oost en west, beide doormidden gesneden door de machtige Rijn.

* De Romeinse keizer Postumus besliste daarom  (rond 265 na Chr) een lijn versterkingen aan te leggen om de grote weg door Belgica te beveiligen. Die versterkingen vormden een kwarteeuw lang de noordgrens van het Romeinse Rijk.

  • De weg door Belgica begon in Boulogne en leidde via Amiens, Bavay, Tongeren, Heerlen en Jülich naar Keulen en was weldra bekend als de Via Belgica .

* Een belangrijke weg die verdedigd moest worden. Want ten zuiden van deze via lagen immers de grote landgoederen van de vruchtbare lössgronden waarop graan werd verbouwd voor steden als Keulen en voor de forten langs de Rijn.

* In de jaren vijftig van de vierde eeuw staken de Franken en Chamanen de Rijn nog eens over. Dit keer wachtte de Romeinse generaal Julianus ze op. Die stond de Franken en Chamaven na enige tijd toe om zich te vestigen in Toxandrië (Kempen),  de verre voorganger van het latere hertogdom Brabant. In dit gebied kregen de Franken boerderijtjes op de marginale zandgronden. De landhuizen op de löss bleven in handen van de oude bevolking.

  • De fortenreeks langs de Via Belgica ging dus gestaag de grens vormen tussen de Frankische immigranten en de autochtonen. Tussen het noorden en het zuiden van wat nu het unitaire België heet.

* De Frankische landverhuizers brachten ook hun taal mee, een voorloper van het Nederlands. In het zuiden evolueerde bv. het Latijnse woord castra tot château, maar in het noorden bleven de harde k voor een klinker en de s tussen een klinker en een t gehandhaafd, zoals in de plaatsnaam Kester. En natuurlijk ook in kasteel.

  • In het noorden werd het Latijn verdrongen door het Frankisch, dat er de dominante taal werd. In het zuiden lag het Latijn mee aan de basis van het latere Frans.

*** Kortom, de versterkingen langs de via Belgica waren niet alleen een grens tussen löss en zand, tussen welvarende graanvilla’s en keuterboeren, maar ook tussen Latijn(Frans) en Frankisch(Nederlands). De taalgrens was een feit.

‘Het Arnolfini-echtpaar’

Portrait_of_a_Man_by_Jan_van_Eyck‘Hier licht Mr. Joannes de Eijcke den allerconstichsten meester van schilderije die in deze Nederlanden gheweest heeft’ …

stond er op de grafsteen van Jan Van Eyck , overleden op 23 juni 1441. Leeftijd ongeveer 50 jaar.

* Iemand noteerde dat in 1603. Gelukkig maar, want in 1799 werd de kerk gesloopt.

* De beroemdste schilder uit de Bourgondische periode werd in 1441 begraven in de necropolis van de Brugse Sint-Donaaskerk, naast andere beroemdheden uit die tijd. Een blijk van grote eer.

* Van Jan Van Eyck, misschien wel de grootste schilder ooit, is vooral het ‘Lam Gods’ bekend, het overweldigende werk dat in 1432 werd ingehuldigd in St Baafs-Gent door groothertog Filips de Goede himself.

* De opdrachtgever die het bestelde bij Jans’ oudere broer Hubert Van Eyck was Joos Vijd, een grootgrondbezitter met aristocratische allures. Met de 70 in zicht en kinderloos, wou Vijd met een kunstwerk zijn naam voor eeuwig levend houden. Hij slaagde in zijn opzet. Jan, de jongere broer van Hubert, perfectioneerde de schets van zijn broer en schilderde het enorme meesterwerk.

414d242d-c4e5-11e9-abcc-02b7b76bf47f* ‘Het Arnolfini-echtpaar’ is een ander meesterwerk van grootmeester Jan Van Eyck.

* Ook Arnolfini, een gefortuneerde textielhandelaar, wou zich herinnerd worden door generaties achter zich. En ook hij slaagde daar volledig in.

* ‘Het Arnolfini- echtpaar’ hangt tegenwoordig aan een muur van de National Gallery in Londen. Hoe het daar terechtkwam, vertelde Thomas Vanderveken, die ook reeds de wegen van Bruegel en Rubens natrok. Wat onthielden we nog van Thomas’ uiteenzettingen ?

** Jan Van Eyck was in 1434 op het toppunt van zijn meesterschap én bruggenbouwer tussen de elites van zijn tijd.

399px-Van_Eyck_-_Arnolfini_Portrait 390px-Jan_van_Eyck_-_Portrait_of_Giovanni_Arnolfini_and_his_Wife_(detail)_-_WGA7695

* Bij de afwerking van Arnolfini noteerde hij, pal in het midden van het schilderij ‘Johannes de eyck fuit hic’ (Johan van Eyck maakte het). In de spiegel onder die woorden, lijken we op de koop toe zijn silhouet te ontwaren.

* ‘De man met de rode tulband’ (uit 1433), zijn zogeheten zelfportret, noteerde van Eyck reeds ‘als ic can’ (zo goed ik kan) als een zelfbewuste kwinkslag naar de kijker. Onderaan de lijst liet hij ook zijn naam achter.

In totaal bezitten we 9 door Van Eyck gesigneerde werken, goed voor ongeveer de helft van de bewaarde schilderijen. Wellicht allemaal privéopdrachten.

* De meeste van zijn opdrachten als hofschilder voor Filips de Goede waren eerder van vergankelijke aard (decors, muurschilderingen, kleine portretten, zelfs een wereldkaart die hij gaandeweg aanpaste -Amerika was nog niet ontdekt-).

* Naar alle waarschijnlijkheid zijn de meeste werken van de grootmeester in de vreselijke brand van het Brusselse Paleis op de Koudenberg in 1731 gebleven.

* ‘Zoveel moois heeft die brand ons allemaal ontnomen’, kermt Bart Van Loo terecht in zijn topwerk ‘De Bourgondiërs.’

1 2 3 5