DE IJZEREN LONG

Op 29 juli 1927 werd de eerste ‘ijzeren long’ in gebruik genomen. De ademhalingstank werd ontwikkeld door de medische-onderzoekers Philip Drinker en Louis Agassiz van de Harvard Universiteit.

* Het apparaat was in de eerste plaats bedoeld voor slachtoffers van het poliovirus. Veel mensen die aan deze ziekte leden, raakten verlamd waardoor ze niet meer zelfstandig konden ademhalen en stikten. Wie deze fase overleefde herstelde meestal volledig. Herken hierin het huidige covid-19.

* De medische wereld zag daarom de noodzaak in van een apparaat dat de ademhaling van zieken op gang kon houden tot de patiënt weer zelfstandig kon ademen.

* Drinker en Agassiz ontwikkelden een tank die dit kon. (foto r) De patiënt stak met het hoofd uit de tank die met een rubberen afsluiting luchtdicht werd gemaakt.

Vervolgens werd er lucht uit de tank gehaald om negatieve druk te creëren. De borstkas zette uit en een ademhaling werd gesimuleerd.

* De ‘ijzeren long’ werd een groot succes. Tijdens de polio-epidemieën van de jaren veertig en vijftig redde het apparaat duizenden mensen het leven.

(gelezen/bijgewerkt uit Historiek)

‘DYNAMIte’ NOBEL

Alfred Nobel (1833-1896) – Uitvinder van het dynamiet en Man van de Nobelprijs

De Zweedse wetenschapper en zakenman Alfred Nobel is de uitvinder van het dynamiet. Jaarlijks worden op zijn initiatief vijf Nobelprijzen uitgereikt aan mensen die iets belangrijks hebben gepresteerd op het gebied van natuurkunde, scheikunde, geneeskunde, literatuur en… de vrede.

* Dynamite Alfred Nobel werd in 1833 in Stockholm geboren. Op zijn 9de verhuisde zijn familie naar het Russische St. Petersburg, waar zijn vader een machinefabriek opstartte.

* De jonge Alfred volgde een internationale opleiding met de nadruk op scheikunde en talen. Nadat de fabriek in 1859 werd overgedragen aan Nobels oudere broer Ludvig, keerde hij met zijn vader terug naar Zweden om scheikundige te worden in het laboratorium van zijn vader.

Explosieven

* Vader en zoon hadden een grote interesse voor explosieven. Zoon Alfred ging meteen op zoek naar een methode voor het veilig gebruik van de explosieve stof nitroglycerine, die tot dan toe alleen maar in vloeibare vorm bestond.

* Vooraleer Nobel succes kende, vonden er regelmatig onbedoelde explosies plaats in vaders laboratorium. Bij één daarvan kwam Nobels jongere broer Emil, samen met enkele anderen, om het leven.

* Rond 1867 ontdekte Nobel de springstof dynamiet. Die ontketende een ware revolutie in de mijn- en wegenbouw, vooral bij tunnelaanleg. Daar bleef het niet bij want bij zijn dood had Alfred Nobel liefst 355 patenten op zijn naam staan.Een onuitputtelijk bron van inkomsten.

* Het succes van vooral het dynamiet en andere minder ophef makende uitvindingen maakten van Nobel een rijk man. In elk continent stampte hij een bedrijf uit de grond. Als hij in 1896 stierf aan een beroerte stonden er 32 miljoen Zweedse kronen op zijn bankrekening (naar onze tijd toe vertaald: een onmetelijke som geld).

The Nobel Peace Center, Oslo, Norway.

Nobelprijs

* Gelukkig keek Nobel  verder dan zijn uitvindingen. In zijn testament bepaalde hij dat van de rente van zijn kapitaal elk jaar vijf Nobelprijzen moeten uitgereikt worden. Eentje voor natuurkunde, scheikunde, geneeskunde, literatuur en een vijfde voor de vrede.

* De prijzen moeten volgens zijn testament beschikbaar zijn voor “hen die in het afgelopen jaar aan de mensheid het grootste nut hebben verschaft”. Het nobelprijscomité doet daarvoor jaarlijkse, ernstige zoektochten.

Enkele bekende Nobelprijswinnaars zijn:

Trivia

* Nobel was uitermate goed in talen. Hij sprak vlot Zweeds, Frans, Russisch, Engels, Duits en Italiaans. Hij schreef ook een toneelstuk: Nemesis. Daar werkte hij aan tot zijn dood, maar na zijn dood werd het onmiddellijk vernietigd, omdat de inhoud schandalig werd bevonden.

* Hoewel hij nooit trouwde had hij wel diverse muzes. Eén daarvan was de Oostenrijkse vredespacifiste Bertha von Suttner, die in 1905 de eerste Nobelprijs voor de Vrede kreeg.  (met o.a. dank aan Historiek)

Sax van saxofoon

Adolphe Sax (1814-1894) – Uitvinder van de saxofoon
.
De Belgische instrumentenbouwer Adolphe Sax werd vooral beroemd door zijn uitvinding van de saxofoon, een instrument dat tevens naar hem vernoemd is.
.
Adolphe Sax (1814-1894)
Adolphe Sax
* Adolphe Sax wordt op 6 november 1814 geboren in Dinant.
Vader Charles-Joseph Sax is instrumentenbouwer en bekend omwille van enkele belangrijke veranderingen aan de hoorn.

* Zijn vader is ook eigenaar van een blaasinstrumentenfabriek in Brussel. Zoon Adolphe begint al jong instrumenten te bouwen.

* Op zijn 15de bouwt hij voor een wedstrijd een fluit en een klarinet. Na schooltijd experimenteert Sax verder met het bouwen en ontwerpen van en voor instrumenten.

* Zijn eerste belangrijke uitvinding wordt een verbetering van  de basklarinet. Op zijn twintigste ontvangt Adolphe Sax patent op deze uitvinding.

Succes voor Sax
Bankbiljet met daarop een afbeelding van Adolphe Sax
Bankbiljet met daarop een afbeelding van Adolphe Sax

* Sax verhuist in 1841 naar Parijs en ontwerpt er een reeks nieuwe instrumenten.     De op de bugel gebaseerde saxhoorn gaat zijn belangrijkste uitvinding, de saxofoon, vooraf.

* In 1842 schrijft de bekende componist Hector Berlioz erg lovend over deze uitvinding, maar Sax vraagt pas in 1846 patent aan op het instrument dat voor altijd zijn naam zal dragen.

* Adolphe Sax overlijdt op 4 februari 1894 in Parijs. Hij werd net geen 80. Sax wordt begraven op Montmartre tussen ander mooi en bekend volk.

* Het jonge België was en bleef trots op zijn instrumentenbouwer. De wereld krioelt nog steeds van vermaarde saxspelers in alle lagen van de muziek.

* De beroemde franstalige Belg was zelfs nog te zien op een Belgisch bankbiljet van 200 frank (5 €). Zijn geboorteplaats Dinant pronkt ook nog steeds met een beeld van hun instrumentenbouwer.   (idee van Historiek)

DE TELESCOOP

Toen de telescoop in de 17e eeuw werd uitgevonden was het onderscheid tussen een verrekijker en een telescoop nog vaag. De uitvinding ervan veranderde onze blik in de verte voorgoed.

* De telescoop is naar alle waarschijnlijkheid een Nederlandse uitvinding. Als uitvinders worden vaak de Middelburgse brillenmakers Zacharias Janssen en Hans Lipperhey genoemd.

* Lipperhey diende in 1608 een octrooiaanvraag in voor een ‘buyse waarmede men verre kan sien’ Hij kreeg echter geen patent omdat het instrument té eenvoudig na te bouwen was. Lipperhey werd wel de eerste die het instrument praktisch bruikbaar maakte en… aan de man wist te brengen.

* Lipperhey toonde zijn vinding ook aan prins Maurits van Oranje. Die zag meteen de militaire waarde van deze kijkbuis in. Tijdens een demonstratie van de telescoop op het Binnenhof kon hij vanuit Den Haag zelfs de kerkklok van Delft aflezen.

* Van Oranje was erg enthousiast en liet de nieuwe vinding direct zien aan zijn aartsvijand Ambrogio Spinola, die in Nederland was omwille de onderhandelingen voor wat later het Twaalfjarig bestand zou heten. “Vanaf nu zal ik niet meer veilig zijn, want jullie kunnen me nu van veraf zien!”, orakelde Spinoza.

* Anderen claimden ook spoedig deze nuttige uitvinding.Toch zorgde Lipperhey ervoor dat de telescoop een snelle opmars maakte en zich verspreidde over Europa.

Galileo Galilei

* Het nieuws over de verrekijker kwam in 1609 terecht bij de Italiaanse wis- en natuurkundige Galileo Galilei. Galilei verbeterde de verrekijker en maakte er een sterrenkijker van.

* Meteen zag hij dingen die nooit eerder waren waargenomen: donkere vlekken op de zon, bergen en kraters op de maan en de ontelbare hoeveelheid sterren van de Melkweg.

* Hij publiceerde zijn bevindingen in 1610 in zijn werk Sidereus Nuncius (boodschapper van de sterren). Zijn ontdekkingen stonden haaks op de wetenschappelijke ideeën van die tijd. Het begin van de moderne astronomie.

 

* Ook Isaac Newton maakte rond 1670 een sterk verbeterde versie van de sterrenkijker. Met een kortere buis verkreeg hij nog een veel scherper beeld.

* Tot op de dag van vandaag kijken we verder dan onze neus lang is. En weten we dat de aarde geen onderdeel is van een klein en statisch universum, maar deel uitmaakt van een oneindig groot geheel.