De dansplaag van 1518

Choreomanie is een ziekelijk drang om te dansen en wordt in het medisch jargon ook wel aangeduid als ‘Sint-Jansziekte’, danszucht of danswoede.

Gedurende de Middeleeuwen deed de ziekte zich meermaals voor in het Heilig Roomse Rijk. Het summum qua uitbraak was de befaamde dansplaag die in juli 1518 uitbrak in de stad Straatsburg en verspreidde zich in de hele Elzas.

Groepen mensen sloegen in Straatsburg en elders dagenlang aan het dansen, zonder ermee op te houden. Na enkele dagen of weken vielen ze om van uitputting. Sommigen zelfs van een hartaanval of een beroerte.

Dansplaag een fenomeen?

Tot in de 17de eeuw dansten groepen van tien, zelfs van honderden dagenlang onafgebroken. Uiteindelijk vielen meerdere dansers/danseressen dood of halfdood op de grond. Een latere kroniek meldde zelfs vijftien doden, als gevolg van beroertes, hartaanvallen of door uitputting.

Volgens Hecker trokken dansende groepen hierbij, net als flagellanten, van plaats naar plaats en vertelden de dansers dat ze hemelse visioenen zagen.

Het dansen leek op het maken van spastische bewegingen die mensen dagenlang volhielden.  ‘Heet bloed’ was een mogelijkheid, een straf van God een andere.

De toenmalige artsen Paracelsus en Thomas Sydenham (de ‘Engelse Hippocrates’) kwamen met nog andere theorieën voor de dag.

Paracelsus typeerde de ziekte als chorea lasciva en dacht dat de danswoede het gevolg was van vrouwen die in verzet kwamen tegen kwaadaardige mannen. Ook liet hij lichamelijke oorzaken toe. Sydenham noemde de ziekte de St.Vitusdans en zocht de oorzaak in natuurlijke factoren als reumatologische en neurologische afwijkingen.

Hedendaagse medisch wetenschappers en historici denken dat de dansplagen werden veroorzaakt door de zogenoemde kriebelziekte (ergotisme). Die werd veroorzaakt door moederkoorn (een graanziekte) waarbij patiënten hallucinaties, spasmes en stuiptrekkingen krijgen.

John Waller legt in zijn boek dan weer een verband met ziekte, honger en bijgeloof. Volgens hem braken de dansmanies uit op plekken waar indertijd sprake was van hongersnood en ziekten. Verder schrijft hij over mass psychogenic illness. Mensen die krachtig geloven in het bovennatuurlijke komen in een dissociatieve geestestoestand terecht.

Tekening van Pieter Breugel de Oude, 1564 (Albertina, Vienna). Afgebeeld is de jaarlijkse processie van epileptici naar de Sint-Janskerk van Molenbeek (bij Brussel). Publiek Domein / wiki

De dansplaag van 1518

De Dansplaag van 1518 begon halverwege juli van dat jaar in Straatsburg. Een vrouw, bekend als Frau Troffea (of Trauffea) begon op straat te dansen en ging er zo’n vijf dagen lang mee door. Na enkele dagen voegden zich tientallen anderen bij haar, die eveneens onbeheersbaar dansten en muziek maakten. Uiteindelijk groeide de dansgroep uit tot zowat vierhonderd vrouwen en mannen.

Er werd zelfs een houten podium voor de dansgroep opgesteld en fluiters en drummers ingeschakeld om hen te begeleiden, omdat (zo stelden medici) het ‘hete bloed’ van de dansers moest afkoelen.

Even hun gang laten gaan, dacht men, dan gaat het snel weer over. Maar tot schrik van het stadsbestuur hield het gedans niet meer op. In augustus was de dansmanie in Staatsburg nog steeds gaande.

De stadsraad van Straatsburg wist zich geen raad met de dansende bevolking en draaide eind augustus 1518 bij. Dit moest wel een goddelijke straf zijn, dus was er boetedoening nodig.

Uiteindelijk werden de dansers meegenomen naar een heiligdom gewijd aan Sint-Vitus, in de heuvels nabij het stadje Saverne. Hun opgezwollen en bebloede voeten werden in schoenen gestopt, waarmee de dansers rond een houten relikwie moesten dansen.

Na enkele weken hield niet alleen het gedans maar ook de epidemie op. Sommige dansers kregen hartaanvallen, anderen stortten met een beroerte of  gewoon van uitputting ineen.

boter gehaald bij Enne Koopswaarvoor dank –