ALKOVEN ? NOOIT VAN GEHOORD

In oude boeken kom je het woord alkoof nog wel eens tegen. Wat is dat precies, zo’n alkoof? En waar komt het woord eigenlijk vandaan?

* Om met het laatste te beginnen: het woord alkoof is oorspronkelijk afkomstig uit het Arabisch , waar men de samentrekking al-qubbah gebruikt om een ‘gewelf’ mee aan te duiden. Via het afgeleide Spaanse woord alcoba is het woord als ‘alkoof’ in onze taal beland. De prent hiernaast is niet relevant voor de alkoven in de kostschool van mijn jaren ’50, maar geeft een idee van de ruimte van een alkoof.

* Maar waarom wil ik dat perse meedelen aan de lezers? Gewoon omdat ik vier jaar lang in een alkoof geslapen heb. Net als alle leerlingen van het Klein Seminarie in Hoogstraten sliepen wij haast aan elkaar vastgeklonken in slaapcellen van pakweg 2 bij 1,5 m elk. Veel ruimte was er niet. Een dak zat er ook niet op. Pakweg een grote doos zonder deksel en een gordijntje als deur.

* Op de oudste zaal met houten vloer werden de leerlingen van de voorbereidende klassen te slapen gelegd. De ‘nieuwere’ slaapruimten, met stenen vloer, werden ingenomen door de Grieks-Latijnen vanaf het 6dejaar tot de retorica. In totaal zowat 650 studenten.

* Samen met nog 11 leerlingen sliep ik boven de toneelzaal. Altijd spannend wanneer Fons Fraters en Co een nieuw toneelstuk inoefenden. Door de spleten van de houten vloer kon je ze duidelijk horen repeteren in je enge kamertje. Wat helemaal niet mocht, net als praten met elkaar. Regelmatig kwam de surveillant van dienst kijken of de ‘verboden’ werden toegepast.

° Massale slaapzalen waren echter ideaal om de boel op stelten te zetten. Dat gebeurde regelmatig. Een paar belhamels spraken op de speelplaats af en amper waren de lichten gedoofd of het spektakel kon beginnen.

Het nachtlawaai sloeg meteen over naar de andere slaapzalen en binnen de kortste keren was het kot te klein. Her en der werden een paar opstandelingen met veel machtsvertoon van de surveillanten van hun bed gelicht en op de gang op de knieën gedwongen.

Als alles weer stil werd, mochten de rebellen hun alkoof weer opzoeken, meestal zonder bijkomende straffen. Binnen het uur was alles weer rustig.

* Vooral in de 17de eeuw was de alkoof populair. De ruimte is verwant aan de bedstee, een slaapplaats verwerkt in een grote kast.

* Volgens de overlevering werd de alkoof uitgevonden door de markiezin van Rambouillet (1588-1665. Vermoedt wordt dat deze markiezin zich liet inspireren door alkoven die ze in Spanje had gezien, waar dergelijke slaapplaatsen al langer gebruikt werden. “Mevrouw Rambouillet was kouwelijk,” zo gaat het verhaal, “en kon niet goed tegen de directe hitte van een kachel, vuur of de zon.”

* Vandaar dat zij van een voormalige kleedkamer een knus klein slaapkamertje liet maken, dat aansloot op de oude slaapkamer, die nu haar ontvangkamer werd, en beroemd werd als de Chambre bleue. Zij ontving er haar vrienden, soms gelegen in bed, met ’s winters een zak van berenvel om haar voeten en een half dozijn mutsen op haar hoofd.

* Vanaf 1870 verschenen er in steeds meer steden zogenaamde ‘alkoofwoningen’. Deze piepkleine woningen bestonden uit één kamer, waarin een gezin dus zowel moest koken, eten als slapen. Deze eenkamerwoningen hadden vaak een slaapplek die werd afgesloten met een dun wandje: de alkoof.

* Na verloop van tijd begonnen artsen bezwaar te maken tegen deze onhygiënische situatie. Zij pleitten voor meer frisse lucht en een verbod op de bedompte alkoofwoning, die volgens hen ook nog brandgevaarlijk was. Het duurde tot 1937 voor de bouw van deze woningen werd verboden.

De alkoven van Hoogstraten bleven echter nog jaren overeind. Over de (brand)gevaren ervan zal ik het later nog hebben.