Paus Leo IX

° Paus Leo IX , geboren op 21 juni 1002 onder de naam ‘Bruno van Egisheim en Dagsburg’ staat bekend als een hervormingsgezinde paus. Hij probeerde de Kerk om te vormen tot een machtig instituut.

* Hij voerde het celibaat opnieuw in en probeerde eigenhandig de Noormannen te verdrijven uit Italië. De Kerk had in die tijd ook een eigen leger.

* In 1054 ging hij echter te ver met zijn machtsambities en veroorzaakte het Grote Schisma binnen de christelijke gemeenschap. Bruno weigerde nl. de prestigieuze positie  te accepteren zonder gekozen te zijn door de clerus en het volk van Rome.

° Pas op 12 februari 1049, hij was toen 46, arriveerde hij in het Vaticaan en nam hij de naam ‘Paus Leo IX’ aan. Leo werd bekend als een hervormingsgezinde paus, die van de kerk een machtig instituut wilde maken.

° Zo vormde hij het college van kardinalen om tot een krachtig bestuursapparaat en organiseerde hij door heel Europa verscheidene concilies en synodes om de eenheid van het geloof te bevorderen.

° Tevens probeerde hij Italië met geweld te bevrijden van de Noormannen, maar in 1053 werd het Pauselijke leger verslagen bij de ‘slag om Civitate’ en werd Leo zelfs enige tijd gevangen gezet.

° Het dieptepunt van zijn pausschap zou Leo IX echter pas een jaar later bereiken. In 1054 stuurde hij namelijk een brief naar Michael Caerularius, de patriarch van Constantinopel, waarin hij benadrukte dat de paus het enige centrale gezag binnen de kerk was.

° Hij deed dit onder meer met een verwijzing naar de ‘Donatio Constantini’, een document waarvan later bleek dat het een vervalsing was.

* De patriarch wees de theorie van de pauselijke superioriteit echter af, met als gevolg een breuk binnen de christelijke Kerk die later bekend werd als het ‘Grote Schisma’. Paus Leo IX overleed nog datzelfde jaar, op 18 april 1054, even voor zijn 52ste verjaardag.

Waar het mis ging …

In 381 bepaalde de Synode van Constantinopel over het leerstuk van de goddelijke drie-eenheid, dat ‘de Geest alleen voortkomt uit de Vader’.

Maar vanaf de zesde eeuw begonnen gemeenten in het voormalige West-Romeinse Rijk (dat in 476 ten onder ging) het zogeheten filoque: de Heilige Geest zou voortkomen uit God de Vader én God de Zoon.

In de elfde eeuw verhief de Rooms-Katholieke Kerk het filioque tot officiële leer, tot groot ongenoegen van de kerken in Byzantium (het Oost-Romeinse Rijk, dat tot 1453 heeft bestaan).

Andere meningsverschillen waren zendelingen uit het Westen, die in Byzantium actief waren. Verder hadden in het zuiden van Italië geestelijken van Griekse en Latijnse komaf onderlinge conflicten.

Geestelijke leiders in Constantinopel erkenden Rome vaak niet als gezaghebbend centrum van de kerk. De paus, zo vonden zij, was geen kerkelijke oppergod. In 1054 ging het helemaal mis. Voor de Kerk en … voor de paus. Hij was bijna 52 toen hij … overleed.