HEGEMONIE

Hegemonie betekent dat een bepaalde groep, partij of staat overwicht heeft over een andere groep of partij. Letterlijk betekent het begrip leiderschap, opperheerschappij, overwicht of suprematie.

* Vaak is hiervan in politiek opzicht sprake, maar het kan ook op cultureel, ideologisch, economisch of religieus gebied het geval zijn.

* Zo had de Sovjet-Unie gedurende de Koude Oorlog lange tijd de suprematie in Oost-Europa. In de westerse wereld hadden de Verenigde Staten kort na WO II een economisch overwicht, waardoor ze het Marshallplan konden lanceren.

* De islam heeft in grote delen van Azië en Afrika een religieus-culturele hegemonie. En het Britse Rijk was een hegemoniale mogendheid van de achttiende eeuw tot WO I

* Het begrip is afkomstig van het Griekse woord ἡγεμών (hègemoon), wat aanvoerder, gids of leider betekent. Eén groep, land of leider bepaalt wat er in een gebied gebeurt in cultureel of religieus opzicht.

* Vaak wordt deze positie afgedwongen door geweld of door oorlog. Maar het kan ook zijn dat een situatie waarbij één partij een dominante, hegemoniale invloed heeft langzaam is gegroeid en … de mensen in een gebied daaraan geleidelijk gewend zijn geraakt.

* Een bekende theorie over ‘culturele hegemonie’ is geformuleerd door de filosoof Antonio Gramsci (1891-1937) (foto), een volgeling van de denker Karl Marx. Volgens hem was dit een cultureel leiderschap dat wordt gevormd door de bevoorrechte klassen in een samenleving.

* Deze hogere klassen hadden de zeggenschap over het onderwijssysteem, de media, waren dominant in wetenschap en kerk. Hierdoor kon deze cultureel dominante klasse de normen, waarden en perceptie van de werkelijkheid in een maatschappij vormen. (gelezen in Historiek)