PECUNIA NON OLET

VESPASI(AN)US werd in het jaar 69 keizer van Rome. De staat is bij zijn aantreden vrijwel bankroet. De staatskas vullen is zijn voornaamste taak.

latrina* Dat doet hij door … jawel, ook toen reeds, nieuwe belastingen in te voeren. De meest opvallende belasting is die op … urine. Slachtoffers zijn de eigenaars van publieke pispotten en latrines.

* Het was toen al gebruikelijk dat de burgers van Rome dankbaar gebruik maakten van die dingen om verlost te worden van hun overlast en toch de stad netjes te houden.

* De urine werd onder meer gebruikt bij de bewerking van wol en leer.

* Toen Vespasianus’ zoon Titus zich wat neerbuigend uitliet over de nieuwe bron van belasting, liet zijn vader hem aan een munt ruiken en sprak de van dan af historische woorden ‘Pecunia non olet’, wat zoveel betekent als Geld stinkt niet.’ Daarmee bedoelde hij dat het niet uitmaakt hoe je aan je geld komt.

* Het beleid van de keizer, in zijn jeugd eerder een luiwammes, was effectief. Mede dankzij de belasting op urine kon hij zijn zoon later een weer goedgevulde staatskas nalaten.

*** In Frankrijk heten de openbare toiletten nog steeds vespasiennes, in Italië spreekt men van vespasiani.         (gelezen in de Historische kalender 2018)

 

*** Ludo,  je ‘Pecunia non olet’-artikel doet me terugdenken aan onze Turkijetrip.
Wat de meeste indruk op me maakte in Efeze was de bibliotheek van Celcus en … die openbare toiletten Geld zal daar dan niet hebben gestonken maar … het neusje van de zalm was toch de uitleg van de gids.

In elke hoek stond een stok met een spons en voor die rij toiletten was een goot waar ooit stromend water liep. Had je je behoefte gedaan dan werd die stok gewoon doorgegeven. Toch gezellig!

Ik kan het me al voorstellen: “Mehmet, geef de stok eens door.” “Een ogenblikje, Omer hiernaast heeft juist gedaan.” ‘t Moet wel een samenhorigheidsgevoel hebben gegeven. vooral in de tijd van de rabarber.   Groetjes,  Louis