PECUNIA NON OLET

VESPASI(AN)US werd in het jaar 69 keizer van Rome. De staat is bij zijn aantreden vrijwel bankroet. De staatskas vullen is zijn voornaamste taak.

latrinaDat doet hij door … jawel, ook toen reeds, nieuwe belastingen in te voeren. De meest opvallende belasting is die op … urine. Slachtoffers zijn de eigenaars van publieke pispotten en latrines.

Het was toen al gebruikelijk dat de burgers van Rome dankbaar gebruik maakten van die dingen om verlost te worden van hun overlast en toch de stad netjes te houden.

De urine werd onder meer gebruikt bij de bewerking van wol en leer.

Toen Vespasianus’ zoon Titus zich wat neerbuigend uitliet over de nieuwe bron van belasting, liet zijn vader hem aan een munt ruiken en sprak de van dan af historische woorden ‘Pecunia non olet’, wat zoveel betekent als ‘Geld stinkt niet.’ Daarmee bedoelde hij dat het niet uitmaakt hoe je aan je geld komt.

Het beleid van de keizer, in zijn jeugd eerder een luiwammes, was effectief. Mede dankzij de belasting op urine kon hij zijn zoon later een weer goedgevulde staatskas nalaten.

In Frankrijk heten de openbare toiletten nog steeds vespasiennes, in Italië spreekt men van vespasiani.    (gelezen in de Historische kalender 2018)