LES FLA, LES FLA, LES FLAMANDES …

JACQUES  BREL was bij leven een gecontesteerd figuur. Iemand die tegen de benen durfde te schoppen van de kerk, de bourgeoisie, de Vlaamse nationalisten, kortom  tegen die van alles en iedereen.

Brel was Brel, met niemand te vergelijken. Hij had de poëzie van Bob Dylan, de introspectie van John Lennon en de viriliteit van Bruce Springsteen (of hadden alle drie de sterren hét van hem ?). Zijn intense beleving op het podium herinnerde aan Edith Piaf, de kleine, energieke straatmus van Parijs.

Jacques Brel (8 april 1929) kwam uit een gegoede familie van kartonfabrikanten. Brel schreef echter  liever liedjes  en gedichten dan fabrieksdirecteur te worden.

In 1953 trok hij voor het eerst naar Parijs. Daar zat men nog niet op hem te wachten. Hij kwam terug, werd opgemerkt door radio-omroep Limburg en door chef Jef Claessen diverse uitzendingen lang live voor de micro gegooid.

In 1955, op de vooravond van zijn doorbraak, verzorgde  hij een week lang in de Brusselse ‘Ancienne Belgique’ het voorprogramma van … Bobbejaan Schoepen, toen een gevestigde waarde.

In 1957 was het hek helemaal van de dam met ‘Quand on n’a que l’amour. Meteen werd hij in Frankrijk gelanceerd, even later volgde heel Europa. Brel was een ster met liedjes als ‘Ne me quitte pas’, ‘Marieke’, ‘Les Bourgeois’,’ Le Plat Pays’, ‘Amsterdam’ en andere ‘Chanson des vieux amants’.

In 1968 zei hij het podium vaarwel. De tabak en de alcohol beletten hem om nog avonden door te gaan. Hij schakelde over op films, maar die werden een flop. De musical ‘l’Homme de la Mancha’ werd wel een succes. Het laatste, zou blijken.

In 1973 trok Jacques Brel zich terug op de Markiezeneilanden. Vijf jaar later kwam hij terug naar Parijs. 9 oktober 1978 , vandaag 41 jaar geleden, stierf hij aan longkanker. Hij werd slechts 49.

Tot slot, een uitspraak van de artiest: “Ik ben een deugdzaam mens, en dat spijt me.”