ONTSTAAN VAN DE TAALGRENS

België bestaat uit Franssprekende Walen en Nederlands sprekende Vlamingen. Die talen verdelen ons klein, maar moeilijk België in twee taalgebieden. Het Duitse dateert pas van na WO I. Hoe het zo ver kwam, leert ons … de geschiedenis.

Knipsel5587De Franken, een federatie van stammen uit de oostkant van het huidige Nederland en het Duitse Ruhrgebied, stak vanaf de jaren vijftig van de derde eeuw regelmatig de Rijn over. Naar het westen toe, toen nog bezet Romeins gebied. Oost en west, beide doormidden gesneden door de machtige Rijn.

De Romeinse keizer Postumus besliste daarom  (rond 265 na Chr) een lijn versterkingen aan te leggen om de grote weg door Belgica te beveiligen. Die versterkingen vormden een kwarteeuw lang de noordgrens van het Romeinse Rijk.

  • De weg door Belgica begon in Boulogne en leidde via Amiens, Bavay, Tongeren, Heerlen en Jülich naar Keulen en was weldra bekend als de Via Belgica .

Een belangrijke weg die verdedigd moest worden. Want ten zuiden van deze via lagen immers de grote landgoederen van de vruchtbare lössgronden waarop graan werd verbouwd voor steden als Keulen en voor de forten langs de Rijn.

In de jaren vijftig van de vierde eeuw staken de Franken en Chamanen de Rijn nog eens over. Dit keer wachtte de Romeinse generaal Julianus ze op. Die stond de Franken en Chamaven na enige tijd toe om zich te vestigen in Toxandrië (Kempen),  de verre voorganger van het latere hertogdom Brabant. In dit gebied kregen de Franken boerderijtjes op de marginale zandgronden. De landhuizen op de löss bleven in handen van de oude bevolking.

  • De fortenreeks langs de Via Belgica ging dus gestaag de grens vormen tussen de Frankische immigranten en de autochtonen. Tussen het noorden en het zuiden van wat nu het unitaire België heet.

De Frankische landverhuizers brachten ook hun taal mee, een voorloper van het Nederlands. In het zuiden evolueerde bv. het Latijnse woord castra tot château, maar in het noorden bleven de harde k voor een klinker en de s tussen een klinker en een t gehandhaafd, zoals in de plaatsnaam Kester. En natuurlijk ook in kasteel.

  • In het noorden werd het Latijn verdrongen door het Frankisch, dat er de dominante taal werd. In het zuiden lag het Latijn mee aan de basis van het latere Frans.

Kortom, de versterkingen langs de via Belgica waren niet alleen een grens tussen löss en zand, tussen welvarende graanvilla’s en keuterboeren, maar ook tussen Latijn(Frans) en Frankisch(Nederlands). De taalgrens was een feit.