VAN KAARSEN EN ENGELENHAAR

Kerst is maar een vaststelling. En onvermijdelijk, dacht ik. Zoals oud worden. ‘Zachte naalden, geen verlies, geen geur’, prees de man zijn sparren aan. Natuurlijk, die geur, dat was het. Ik ben de geur kwijt sinds we geen boom meer zetten. Kerstmis is volstrekt geurloos geworden. Gelukkig haalden de dochters wel een geurige boom in huis. Gezellig.

° Mijn eerste contacten met Kerstmis dateren van 1947. Varendonk was toen een van de kleinste gemeenten van België met zowat 260 inwoners. Mijn moeder was vandaar. Ze woonde samen met 4 zussen en een  broer in de laatste boerderij van Varendonk, net voor de bocht Bergom-Herselt.

° Vandaag, Kerstmis, is het 72 jaar geleden dat ik er voor het eerst kwam. Als vierjarige maakte ik voor het eerst de grote verplaatsing naar Varendonk mee op de stang (de baar) van vaders fiets. Zus Maria achteraan op het stoeltje. (Nil en Herman waren er lang nog niet). Waarschijnlijk gebeurde dat op haast onberijdbare zand- en slijkwegen, een belangrijk detail dat ik toen niet zag.

° Bij  grootvader Louis en grootmoeder Mieke was het hout- en kolengestookt warm. Bovendien was ik er niet alleen, want de kinderen van ‘tant San’ (Gielis) en van andere tantes uit Zoerle en Herselt waren er ook.

° ‘Tant Fien’ was nog niet gehuwd en had in de voorkamer (foto L naast de witte deur) gezorgd voor een immens grote kerstboom die helemaal beladen was met glinsterende ballen, echte brandende kaarsjes en engelenhaar. De eerste echte kerstboom die ik van dichtbij zag. Hij overdonderde me.

° Terwijl de ouderen zich elders ophielden rond de Leuvense stoof keken wij ons de ogen uit op de kerstboom. Tante Fien hield een oogje in het zeil  en waakte erover dat het vuur van de kaarsjes niet in contact kwam met het engelenhaar. ‘Want daarmee kan het huis afgestookt worden’, waarschuwde ze ons voortdurend, alhoewel wij geen vinger naar de prachtige boom zouden durven uitsteken.

° Hoe lang wij daar zaten in opperste bewondering voor boom en kribbe weet ik niet. Ik had toen nog geen benul van tijd, maar immens lang duurde dat zeker niet. Na de middag begon het immers al flink donker te worden. Meer dan tijd dus om terug te keren naar Veerle.

° Moeder had het daar wellicht moeilijk mee omdat er in het molenhuis aanvankelijk nooit tijd was voor een uitstapje. Een wekelijkse uitstap naar Varendonk werd later wel vaste prik. Plezierig voor mezelf en de kleinkinderen van meter Mieke die zich eindeloos konden ‘amuseren’ in de Merodebossen achter het huis. “Maar het wild gerust laten”, waarschuwde ‘petere’ altijd.

° Jos van Zoel en ik verschalkten zekere zondag toch een fazant op zijn nest met veel eieren. Toen ‘petere’ dat hoorde, moesten we schuilen voor zijn donderbui. ‘En zeggen dat hij dat ook doet’, merkte Jos even later laconiek op. Ik begreep dat niet, want petere was voor mij een heilige dichter die altijd en overal het gebeuren rondom hem in verzen goot. Zeker geen stroper.

What do you want to do ?

New mail

What do you want to do ?

New mail

What do you want to do ?

New mail

What do you want to do ?

New mail

What do you want to do ?

New mail

What do you want to do ?

New mail

What do you want to do ?

New mail

What do you want to do ?

New mail