PAaszaterdag en pasen

Vorig jaar schreven wij … In vergelijking met onze jeugdjaren (1950 – 1960) blijft van Pasen, het absolute hoogfeest van de Kerk, niet veel meer over. Pasen was, zowel voor gelovigen als ongelovigen, de top-zondag van het jaar. Dit jaar heeft ‘Paris – Roubaix’ die rol overgenomen.

.

.

* De gelovigen van Veerle kunnen nauwelijks bevatten dat hun paasmis niet met Pasen zelf wordt opgedragen, wel op Tweede Paasdag. Wat een verschil met de vele missen die destijds met Pasen zelf werden gehouden. Geen gewone drie, maar liefst vier stuks. En die zaten alle vier afgeladen vol.

* Bovendien werd in de week voor Pasen gebiecht dat de stukken eraf vlogen. Pastoor en onderpastoor volstonden niet om vooral zaterdags al dat leed te verwerken. Gelukkig was er de nabije abdij van Averbode om versterking binnen te halen.

* De pater van Eiverbeur had op paaszaterdag (en paasmorgen) een kli├źntenkring van ‘matige kerkbezoekers’ voor de kerkelijke hoogdag. Voornamelijk mannen die het tijdens het jaar ‘vergeten waren’ om naar de zondagsmis te komen.

* De pater begreep dat en strafte mild. De zondagse paasmis bleef voor de gelegenheidsbezoeker wel een jaarlijks uniek feit waarin hij ook te communie ging, een lichtpuntje in zijn schraal geestelijk leven.

(foto biechtstoel in de abdijkerk Averbode)