* OP DE VUIST …

Boudewijn de Groot … Ik was er als de kippen bij toen hij in Vlaanderen zijn intrede deed. Ravels-Eel was de plaats, het zaaltje was van de ouders van Fons Lauwers, onze man in Spanje. Na afloop mobiliseerde ik een paar vrienden om Boudewijn ook naar hier te halen.

* Mei 68 … Hij kwam , en met hem ook Elly Nieman (afgekeken voornaam van mijn oudste dochter), Miel Cools en Wannes van de Velde. Hugo Raspoet praatte alles aan elkaar. Toen ‘het puik van het Nederlandse chanson’, verzameld in de turnzaal van het Westels college. Grandioze avond en achteraf toch één dissonantje, waarover ik niets meer kwijt wil.

Verguisd en nagevolgd

* Dat uitgerekend De Groot tot de belangrijkste protestzanger van Nederland zou uitgroeien, lag niet erg voor de hand. De Groot, die eigenlijk filmer wilde worden en  liedjes aanvankelijk meer als hobby beschouwde, stond vanaf zijn debuut in 1964 eerder als cabaretier bekend. De teksten van zijn liedjes kwamen van vriend Lennaert Nijgh.

* In een interview in de Volkskrant van 19 februari 1965, gaf De Groot aan dat hij op de filmacademie erg verlegen was en sprak hij zijn afschuw van succes uit: ‘Het ergste lijkt me om ooit op de hitparade te komen.’

* Die verlegenheid en afkeer van succes wezen er niet op dat hij hard op weg was een idool te worden. Later dat jaar bereikte hij met de Charles Aznavour-cover ‘Een meisje van zestien’ wel al voor het eerst de Top 40.

* Was hij nu eerder een chansonnier-Franse-stijl, of toch de Nederlandse Dylan? Voor het eerste koos hij een iets te modieuze koers, voor het tweede was zijn dictie wel erg netjes en geschoold.

* Diezelfde dubbelzinnigheid zat ook in de debuutelpee, waar cabareteske liedjes als ‘Noordzee’ en ‘Vrijgezel’ afgewisseld werden met de folky ballade ‘Apocalyps’ en een hele trits covers van veelal strijdbare Engelstalige nummers als ‘Een respectabel man’ (The Kinks), ‘Er komen andere tijden’ (Bob Dylan) en ‘Het geluid van stilte’ (Simon & Garfunkel).

* Vele kranten schreven lovend over het debuutalbum: Het Parool noemde Boudewijn de Groot een sensatie, de socialistische krant Het vrije volk sprak van een ‘identificatiepunt’ voor vele Nederlandse jongeren.

* Boudewijn is intussen echt op pensioen – zijn liedjes lang nog niet.

 

* Vorig jaar verscheen  Op de vuistLaurens Ham ‘Welterusten, mijnheer de president’

* Het prijsnummer van het album en de blikvanger van Hee Boudewijn, is geen cover, maar een protestlied dat Nijgh en De Groot samen schreven.

* Muzikaal en tekstueel van een grote eenvoud, maar door de bijtende ironie sloeg het de spijker op de kop.

* Alles sprak de protestgeneratie vanaf 1965 aan: de keuze om president van het belangrijkste land van de wereld met ‘je’ aan te spreken (hoewel hij elders in het liedje ‘u’ wordt genoemd), het expliciete benoemen van de zinloosheid en gruwelijkheid van de oorlog, de subtiele vermenging van folk- en beatinvloeden.

Boek: Op de vuist – Laurens Ham
Ook interessant: Provo: de ludieke opstand van de jaren 1960