“Het lam Gods” – Bourgondisch icoon

6 mei 1432, vandaag 587 jaar geleden, werd “De aanbidding van het Lam Gods” officieel geïnstalleerd in de Sint-Janskerk van Gent, die een eeuw later zou omgedoopt worden tot Sint-Baafskathedraal.

Retable_de_l'Agneau_mystiqueDat gebeurde in aanwezigheid van hertog Filips de Goede van Bourgondië, opdrachtgever Joos Vijd en zijn vrouw Elisabeth Borluut, alle edelen en leden van het Brugse stadsbestuur.

In het hoge gezelschap vertoefde zeker ook Jan van Eyck, de schilder van dit meesterwerk (foto).

De schilder-kunstenaar als bruggenbouwer tussen de elites van zijn tijd. Het ‘Lam Gods’ als een steeds grotere verstrengeling van stedelijke en aristocratische elites. Een evolutie die de Bourgondiërs vanaf hun intrede in de noordelijke contreien zo veel mogelijk hadden gestimuleerd.

Portrait_of_a_Man_by_Jan_van_EyckIn de afbeelding van het schaap kon hertog Filips niets anders zien dan een weerspiegeling van het lam, de gouden ram van de zopas opgerichte Orde van het Gulden Vlies, die hij om zijn nek droeg.

Vijd / Borluut waren er in 1420 als de kippen bij geweest toen besloten werd om de van oorsprong romaanse kerk om te werken naar gotiek. Zij zouden één van de vijf nieuwe straalkapellen financieren en het verfraaien met een meesterwerk. Voor het creëren van het grootste veelluik van de Lage Landen kozen ze voor de talentrijkste meesters van hun tijd.

Hubert van Eyck was de grootste naam in het gezelschap van schilders. Hij stierf helaas in 1426. Broer Jan nam de opdracht over, maar door andere opdrachten voor hertog Filips de Goede lagen de werkzaamheden een tijdlang stil.

Schilders van zijn kaliber werkten bovendien nooit alleen. Omdat er alleen bij voldoende daglicht kon geschilderd worden, liet Jan van Eyck zich omringen door een ploeg talentvolle schilders die zich de stijl van hun meester eigen hadden gemaakt.

Al de ons bekende meesterwerken van die ‘Vlaamse Primitieven’, zoals ze veel later werden genoemd, kwamen tot stand als privéopdracht. En waren voorbestemd om op te lossen in de tijd. De meeste van Jans opdrachten waren dus van vergankelijke aard. Feestdecors, muurschilderingen … werden nooit ontworpen voor de eeuwigheid.

Zoals gebruikelijk maakte Van Eyck als hofschilder wel dynastieke portretten. Jammer genoeg zijn die wellicht in de brand van het Paleis op de Koudenberg (1731) in Brussel gebleven.

(lees er alles over in ‘De Bourgondiërs van Bart Van Loo)

  • Dat “De aanbidding van het Lam Gods” nog bestaat,  mag eigenlijk een wonder heten. Het beroemde schilderij was liefst 13 maal voorwerp van misdaden allerlei. Daarvan herinneren we ons zeker de diefstal uit 1934 van ‘De rechtvaardige rechters’ en ‘Sint Jan de Doper’, een zijpaneel van het immense werk. Het paneel is nog steeds zoek.
What do you want to do ?

New mail

Eric Geboers één jaar overleden

De vijfvoudige wereldkampioen Eric Geboers is vandaag 6 mei een jaar dood. Overleden in het koude water van een voormalige zandwinningsput toen hij zijn hondje van een gewisse verdrinkingsdood wou redden. Hoe onredelijk hard kon het lot toeslaan.

interviewevertsgeboerscover

5 augustus 1990, zijn 28ste verjaardag, werd niet alleen de absolute triomfdag van zijn carrière, maar ook de uiteindelijke bekroning van zijn loopbaan. De GP op de Citadel van Namen winnen en voor de vijfde keer wereldkampioen worden, waren zijn ultieme mikpunten in de motorsport.

Hij kon er nu ‘op een fatsoenlijke manier’ een eindpunt achter zetten, zoals men dat in de Kempen zegt. Elf jaren aan de top, met vijf wereldtitels als resultaat, hadden hem fysiek en vooral mentaal uitgeput. Tegen veel adviezen in hield hij zijn loopbaan voor bekeken.

“Dat was het dan, nu begin ik een ander leven”, besloot Eric later de avond met een nieuwe flikkering in de ogen, nadat hij op de Citadel de laatste bakworsten van de barbecuetractatie geserveerd had aan zijn beste vrienden.

Voor Eric Geboers gingen vanaf augustus 1988 reeds alle deuren open. Eric werd toen niet alleen “Sportman van het jaar” gekroond, maar hij kreeg ook de “Trofee voor sportverdienste”. Geen motorcrosser had hem dat ooit voorgedaan.

In de sporttop-52 van de 20ste eeuw kreeg Eric in België de 30ste plaats toegewezen. Net achter zwemfenomeen Fred Deburgghraeve, maar voor meerkamper Dailey Thompson en voor de legendarische autocoureur Manuel Fangio.

In bedoeld klassement was Eric Geboers bovendien de enige motorcrosser die voor een klassering in aanmerking kwam tussen de allergrootste sportvedetten van de afgelopen 100 jaar. Zijn vijf wereldtitels en het feit dat hij toen nog steeds de enige rijder was die wereldkampioen werd in alle drie de soloklassen, waren daar zeker niet vreemd aan.

Een tijdperk was ten einde. De herinnering aan elf fantastische crossjaren zijn gebleven bij zijn vele duizenden supporters. Rust in vrede, Eric.

(foto’s hierboven met Stefan Everts, Roger De Coster, broer Sylvain en mezelf)