GOEDE WEEK en PASEN

LAAKDAL – Zondag is het Pasen, het absolute hoogfeest van het christelijk geloof. Omdat 1 april midden in de week viel, waren we die Goede Week een beetje vergeten. Goede Week, wat is dat? Een vraag die in onze jeugd nooit zou gesteld worden, want daar werden wij 40 dagen voor Pasen erg intens op voorbereid.

In de Goede Week worden alle gebeurtenissen herdacht die de kern van het christelijk geloof uitmaken: het lijden, het sterven en de verrijzenis van Christus. Pasen is het feest van de heropstanding. Zonder het geloof in die heropstanding van Christus is het geloof leeg, wist Paulus in het allervroegste christendom al. Daarmee maakt hij heden ten dage nog vele theologen zenuwachtig.

Witte Donderdag, Goede Vrijdag, Stille Zaterdag en Pasen zelf zijn de voornaamste dagen van de Goede Week. In alle parochies van Laakdal zijn er plechtigheden op die dagen (zie parochieblad Kerk en Leven).

Kerkelijk hoogfeest

Omwille van die alles omvattende verrijzenis uit de dood werd Pasen binnen de Kerk reeds erg vroeg als het belangrijkste (liturgische) hoogfeest van het jaar beschouwd, al wordt Kerstmis bij ons uitbundiger gevierd als het familiefeest bij uitstek. De donkere decembermaand leent zich daar ook beter toe. Pasen duurt twee dagen en wordt gevierd op paaszondag en paasmaandag.
Pasen heeft zijn oorsprong in de Joodse religie: het Pesachfeest. De christelijke godsdienst heeft Pasen en bijhorende feesten (ook Pinksteren bv.) overgenomen omdat belangrijke data uit het leven van Christus, zoals beschreven in de Bijbel, met de Joodse feesten samenvallen.

Terwijl Pasen voor de Joden de (door geschiedenisexperten ook fel omstreden) vlucht van het Joodse volk uit het Egypte van de farao’s herdenkt, is Pasen voor de christenen het feest van de (eveneens omstreden) verrijzenis. Die data vielen oorspronkelijk samen. Tijdens het eerste concilie van Nicea (325) werden beide feesten evenwel officieel ontkoppeld.

De paastijd en de christelijke liturgie eromheen heeft door de eeuwen heen ook vele componisten geïnspireerd tot muzikale composities van erg hoog niveau. Uit de barokperiode kennen we vooral het werk van Johann Sebastian Bach met vooral de Matthäus-Passion en zijn vele prachtige cantates. Veel gehoord dezer dagen op Klara, in kerken en concertzalen. 

Het paasmysterie in de mythologie

Geofferd worden, sterven en wedergeboren worden … het is een thema dat regelmatig terugkomt in de mythologie van vele volkeren en hun religies. Het kan bijna niet anders of de grote godsdiensten van rond de Middellandse-Zee hebben ook daar enige inspiratie gevonden voor hun leer. Een paar voorbeelden…

Mooie jongen Adonis is een figuur uit de Griekse en Fenicische mythologie. De naam van deze godheid komt eenvoudig van het Fenicische Adon dat, net als Baäl, ‘heer’ betekent. Dit was in feite de aanspreektitel van de Babylonische god Tammuz, de zoon-minnaar van zijn moeder Ishtar. Hij werd jaarlijks geslachtofferd in de gedaante van een onschuldig lam.

Bij de Sumeriërs gaat de mythe van “de Moedergodin en haar zoon-minnaar” terug op de herder Dumuzi. Het Sumerisch ritueel was nog bloediger en aangrijpender. Jaarlijks werd een jongeman, die de god representeerde, geofferd zodat zijn bloed de velden vruchtbaar kon maken.

Net als de Fenicische Adon werd met Adonis de geliefde van de godin aangeduid, een jaarlijks stervende en herrijzende god. Zijn cultus werd door Fenicische kolonisten ook overgebracht naar Cyprus, waar zijn jaarlijkse dood en wedergeboorte werd opgenomen in de verering rond zijn geliefde Aphrodite, de godin van de liefde die uit de golven van de zee werd geboren.

Een belangrijk centrum in de verering van Adonis was … Bethlehemerg bekend uit ons kerstverhaal. De heilige Hiëronymus vermeldde dat in deze plaats Tammuz (Adonis), de geliefde van Venus (Aphrodite of Astarte) werd vereerd in een heilig bos bij een grot, waar jaarlijks – vooral door vrouwen – werd gerouwd om zijn dood.
Het bewenen van zijn dood was onderwerp van die verering, die lang op vele plaatsen in het Midden-Oosten beoefend werd. Dit wordt ook in de Bijbel vermeld, tot afschuw van de profeet Ezechiël.

P1080331 P1080252

Pasen behoort dus ook tot de traditie van de zoenoffers, die draaien om de noodzaak van de dood voor het leven, de verzoening met het goddelijke en de spirituele ontwikkeling van de eigen ziel door beproeving.

Lentefeest

Er bestaan verschillende lentefeesten uit diverse culturen die sterk op elkaar lijken en waaraan dus ook het christendom symbolen heeft ontleend.

De paashaas en paaseieren illustreren hoe voorchristelijke elementen opduiken in de christelijke riten. Zo werden paaseieren opgehangen in de bomen, hetgeen een overblijfsel is van de heilige-boom cultus uit de Germaanse traditie.

Het beschilderen van de eieren heeft ook een symboolfunctie. Bv. groen voor de nieuwe gewassen op een bruine aarde, geel voor de feestelijke lente, rood voor een vruchtbare veestapel enz.

De haas  was bij de Kelten het totemdier van de vruchtbaarheidsgodin Ostara. In de lente hielp hij haar door eieren (schaars in de voorbije winter) over de velden te gooien als bron bij uitstek van nieuw leven.

Wanneer is het Pasen?

De berekening van paasdag was in de eerste eeuwen van het christendom niet eenduidig. Pas in de achtste eeuw kwamen er algemene regels, gebaseerd op hetgeen in het jaar 325 op het Concilie van Nicea was voorgesteld.

Een eenvoudige formulering voor de paasregel is de volgende: Pasen valt op de eerste zondag na de eerste volle maan van de lente. Een volle maan op de eerste dag van de lente telt ook, maar indien de eerste volle maan van de lente op een zondag valt, wordt Pasen pas de volgende zondag gevierd.
Pasen kan niet vroeger vallen dan 22 maart en niet later dan 25 april. In het laatste geval is er een volle maan op 20 maart zodat de eerste volle maan van de lente pas op 18 april valt en, wanneer dit een zondag is, wordt Pasen pas op 25 april gevierd. Dit was het geval in 1943 (mijn geboortejaar) en komt  terug in 2038.

Een vroege Pasen op 22 maart was er bv. in 1818, maar komt pas weer in … 2285. In 2008 viel Pasen op de op één dag na vroegst mogelijke datum van 23 maart. Dat was eerder ook het geval in 1913 en komt pas weer in 2160.

Gemiddeld valt Pasen in de Gregoriaanse kalender 1 keer om de 105 jaar op 23 maart. 22 maart komt maar om de 207 jaar voor. De data tussen 28 maart en 21 april komen alle, gemiddeld, om de 30 jaar aan bod. De meest voorkomende datum is 19 april die gemiddeld om de 26 jaar voorkomt. 

 

Ten zuiden van de evenaar valt de lente rond 21 september, terwijl Pasen er toch op dezelfde datum wordt gevierd als bij ons. Het foute gebruik dateert uit de tijd dat het zuidelijk halfrond nog geen deel uitmaakte van de bekende wereld. De connectie tussen Pasen en de lente is bv. terug te vinden in de prachtige term die in het Catalaans voor Pasen wordt gebruikt: Pasqua Florida, vrij vertaald zoiets als bloeipasen.

 

sized_P1090884 sized_P1090890 sized_P1090910

– ludo vervloet