HET GAAT NOOIT OVER

Morgen vrijdag is het 1 november en Allerheiligen. Drie dagen na elkaar zullen de kerkhoven in gans Europa plaatsen worden van rust en herdenken. Herdenken van de geliefden die ons onlangs en vroeger ontvielen. Begin november krijgen zij hun jaarlijkse bloemenhulde .

“Jeannine, mijn vrouw, stierf 10 oktober 2012. Openhartoperatie in Leuven. Alles leek geslaagd. Maar ze werd niet meer wakker. Mijn wereld stortte in.

Sindsdien komt Frans Peeters meerdere keren daags naar het kerkhof. Even praten met zijn geliefde. Frans is 76, zijn vrouw Jeannine zou nu 75 zijn.

“Het gaat nooit over, echt nooit over”, zegt Frans. “Ik kan er niet aan weerstaan. Dag en nacht ben ik hier te vinden. Winter en zomer. Zonder haar heeft mijn leven weinig zin meer. Gelukkig vind ik nog wat troost in mijn geloof. Elke zondag zit ik in Veerle in de mis. In Averbode volg ik elke zondag de Vespers van 18 u. Ook hier kan ik niet wegblijven. Ik zing wel niet, maar goed luisteren is ook zingen.”

Frans (op het kerkhof bij de muur): “Even over haar foto aaien en praten, veel praten. En luisteren, aandachtig luisteren. We hebben elkaar veel te vertellen, elke dag, elke keer dat ik kom. Je vind me hier ‘s nachts om twee, om vier en om zes uur. Om zeven uur ben ik al terug. Voor de middag nog een keer, na de middag nog eens.”

  • Slaap jij dan nooit? Jij oogt fris en scherp voor een 76-jarige.

“Slapen doe ik ‘s nachts. Ik kruip vroeg onder de wol.”, antwoordt Frans  ernstig. “Zes jaar lang heb ik geen radio of tv meer gehoord of gekeken. Die spullen konden me niet afleiden van de echte zaak, ons leven. Begin dit jaar, in januari, ben ik in de buurt van mijn woning met de fiets uitgegleden op een glad stuk beton. Ik voelde meteen dat er wat loos was. Zes weken lang heb ik met mijn linkervoet in het gips gezeten. Van fietsen kon geen sprake zijn. Zes weken alleen thuis, dag en nacht. Van lieverlee heb ik me weer een tv aangeschaft. Maar die bracht me echt geen troost. Hij stond en staat nog steeds meer uit dan aan. Ik was dolblij toen ik voor het eerst terug naar hier kon komen.”

  • Grote fietstochten doe/deed je ook. Beetje vluchten ?

Frans: “Ik heb vele routes om te rijden: naar Nederland, de hele Limburg, de beide Brabants en het Antwerpse, overal had ik vaste trajecten … Hoe verder en langer, hoe liever. Vluchten is niet het goede woord. Mijn zinnen verzetten klink beter. Zekere keer heb ik overnacht bij de paters Trappisten in Malle. Dat kan natuurlijk niet zomaar. Die orde heeft vrij strenge regels, voor zichzelf en voor eventuele bezoekers. Ik moest me heel omstandig voorstellen en het verhaal van mijn leven doen. Toen mocht ik erin. Op voorwaarde evenwel dat ik me aan hun regels hield. Heel vroeg ik de morgen mee opstaan om te bidden, o.a. Dat was geen probleem voor mij. Ik heb niet veel slaap nodig. Bovendien ben ik religieus van inborst. Bidden is met mijn vrouw spreken. Dat brengt verlichting. Waarom zou ik het niet doen?”