De Tempeliers

De Tempelorde is de oudste ridderorde, met wortels die teruggaan tot kort na de verovering van Jeruzalem door de kruisvaarders in 1099.

Om de toevloed van pelgrims in goede banen te leiden, werden kanunniken in het Heilig Graf geïnstalleerd. Zij bekommerden zich om de zielenzorg van deze kruisvaarders, terwijl de al bestaande orde van het Hospitaal van Sint Jan, de medische verzorging van de pelgrims voor haar rekening nam.

Naast deze religieuze en caritatieve poten, ontstond er geleidelijk ook een militaire tak, die zich in 1120 zou losscheuren. De Tempelorde was geboren.

Deze tempelridders legden een drievoudige gelofte af van armoede, kuisheid en gehoorzaamheid en leefden volgens een regel, die tijdens het concilie van Troyes (Frankrijk) zou aangepast worden naar de noden en de behoeften van het front in het Midden-Oosten. De steun van de adel in vooral Vlaanderen en Frankrijk was opmerkelijk en verklaart waarom de orde er zo snel kon groeien.

Vanaf de tweede kruistocht in 1147, speelden de tempelridders echt mee op het slagveld in het Heilig Land. Maar nadat de laatste belangrijke Europese vorst, Richard Leeuwenhart, het Heilig Land had verlaten, stonden de ridderorden er steeds meer alleen voor.

Gelukkig voor hen waren de Tempeliers enkel verantwoording verschuldigd aan de Paus van Rome en acteerden ze in het Heilig Land als soevereine vorsten. Vanaf 1150 werden de Tempeliers ingezet om ook de kerkelijke en wereldlijke belastingen te innen. Vanaf dan beheerden ze zelfs de schatkist van de koning van Frankrijk.

Toen koning Philip IV in 1307, vier jaar na de Guldensporenslag, plots geld nodig had om een oorlog tegen Engeland te financieren, weigerden de Tempeliers. Philip schoot in een Franse colère en zon op wraak…

Wanneer de laatste meester van de tempeliers, Jacques de Molay, in 1307 in Frankrijk aankwam, greep de Franse koning Filips IV (de Schone) zijn kans.

In de nacht van 12 op 13 oktober liet hij alle ordeleden in zijn rijk arresteren op beschuldiging van ketterij. De kerk deed de rest. De brandstapels laaiden.

Einde verhaal van de Orde van de Tempeliers die goed 200 jaar bestond.

* Merkwaardig voor die tijd was dat de Tempeliers meer dan 60 jaar oud werden, in tegenstelling tot de gewone burgers die hooguit 25 à 40 werden. Strenge hygiënische voorschriften waren daar niet vreemd aan. 

De Tempeliers moesten verplicht hun handen wassen voor het eten. Hun eetzaal was steevast brandschoon en hun tafels waren met tafellakens bedekt. Jagen was strikt verboden. Vis, kaas, olijfolie en vers fruit stonden dan weer hoog aangeschreven.

Zulke gewoontes stonden in scherp contrast met die van veel andere (rijke) middeleeuwers. Want hun dieet was vaak rijk aan vet en calorieën, wat ziektes als diabetes en jicht veroorzaakte, maar ook een hoge bloeddruk en obesitas.