‘AARDAPPELBLOED’ doet Nederland blozen

-Een geschiedenis van 250 jaar slavernij-

Aardappelbloed-Oerol-2019-Photo-by-Ruben-Hamelink-Klein-56‘Aardappelbloed’ is een theaterdocu van theatermaker Emma Lesuis. Daarin trekt ze naar de Surinaamse plantage waar haar voorouders als slaven dienden en traceert ze haar dubbele identiteit. Een ludieke aanpak om een ernstig verhaal te vertellen. Het verhaal van haar betbetbetovergrootmoeder Deimveld, die haar echte functie van ‘veldmeid’ verraadt.

Het terugkrijgen van het lapje grond is Emma niet gelukt. ‘Aardappelbloed’ (wit van binnen-donker van buiten) gaat over het stilzwijgen waarop ze tijdens haar zoektocht stuitte. ‘Je kan niet zeggen dat alle Surinamers  in Nederland mogen wonen en doen alsof het koloniale verleden er niet toe doet’, zegt ze. ‘Slavernij laat ook vandaag nog een ongelijkheid achter. Er wordt nog steeds onderscheid gemaakt tussen wit en zwart. 400 jaar kolonialisme is meer dan een zwarte bladzijde.’

  • ‘Aardappelbloed’ vandaag en morgen op het Theaterfestival in Gent, daarna op tournee.
  • België heeft geen slavenverleden, gewoon omdat het nog niet bestond. Nederland daarentegen financierde zijn ‘Gouden Eeuw’ o.a. met de inkomsten uit slavernij.
  • De bekendste slavenhandel was de trans-Atlantische naar Amerika. De West-Europeanen voerden in de periode 1550-1800 duizenden Afrikanen in slavernij naar Amerika om te werken op plantages. Ook in Aziatische slaven werd veelvuldig gehandeld.

Dit systeem was in vrijwel gans Europa geaccepteerd. Er werd grof geld aan verdiend. Zwarte mensen werden als minderwaardig gezien, alsof ze geen echte mensen waren. Slavernij op de Nederlandse Antillen gebeurde van 1662 tot 1713.

  • De Nederlanders hebben ongeveer 550.000 slaven in Afrika opgehaald en verkocht. Ze werden eerst vervoerd naar Curaçao, van daaruit naar Suriname.
  • De schepen van de WIC (West-Indische Compagnie) vaarden van Nederland naar de westkust van Afrika. Hier haalde Nederland zijn slaven vandaan.

lossy-page1-532px-Reize_naar_Surinamen,_en_door_de_binnenste_gedeelten_van_Guiana;_John_Gabriel_Stedman_(MU_EAJ_905_(XV_plaat_270-271)).tifDe slaven werden verkocht door stamhoofden of door hun eigen familie. Het slavenschip wachtte net zo lang er genoeg waren om mee te nemen. Een halfvol schip bracht niet genoeg op. Ongeveer 600 slaven tegelijk werden in het donkere ruim van een schip gestopt waar ze twee maanden moesten zien te overleven. Af en toe mochten ze even naar boven voor frisse lucht en beweging. Door veel ziekten en te weinig eten en drinken stierven veel mensen tijdens de overtocht.

In Curaçao, kregen ze eten en drinken om op krachten te komen. Dan werden ze geselecteerd en in 2 groepen opgedeeld: de gezonden en de zieken. De zieken werden zo snel mogelijk verkocht  aan rijke mensen in Curaçao zelf. In Suriname waren er ongeveer 150 slaven per plantage. Daar werden bonen, komkommer en meloenen verbouwd. Er werden ook dieren gehouden. Slaven werkten samen met de eigenaars.

  • Stadsslaven woonden en werkten in de stad als ambachtsman, huisbediende of sjouwer. De meeste slaven kregen geen geld en konden nooit vrij leven. De eigenaar bleef altijd de baas over de slaaf.

Soms werden slaven vrijgelaten door trouwe dienst, vaak als ze het heel goed konden vinden met hun eigenaar. Volledig vrij werden ze pas als hun eigenaar stierf. Een vrouwelijke slaaf werd vrij door te trouwen met een rijke man.

  • In 1795 was er een grote opstand. Tula, de leider van de opstand,  werd gedood. Rond 1850 begonnen de West-Europeanen in te zien dat de slaven slecht behandeld werden en ook gewoon mensen waren die in niks onderdeden voor hun blanke eigenaars.

Land na land schafte de slavernij af, zodat rond 1870 de slavernij in Amerika zo goed als verdwenen was. Toch bleven zwarte mensen in de VS nog lang tweederangsburgers, en worden ze vaak nog als minderwaardig behandeld.