Stans Loret overleden

sized_P1020740Stans Loret was nog net geen icoon in Veerle. Nu wel. Donderdag 6 juni overleed ze. Net één maand voor ze 96 zou worden. Stans was een voorbeeld voor iedereen.
 –
22/09/2014 maakten we volgend interview met haar. Probeer je even te verplaatsen in … 5 jaar geleden.
6 juli ’14 werd ze 91. Die kaap rondde ze met de glimlach. En met de benen. Stans moet veruit de oudste fietsster in Laakdal zijn. En ook het oudste lid van ‘de Gezinsbond’ die zondag 21 sep 90 jaar oud werd. Daarvoor werd ze intussen gevierd.
sized_P1020739– Je wist al langer dat je het oudste lid bent van de Gezinsbond Veerle. Toen ‘de Bond’ destijds gesticht werd, was jij dag op dag 1 jaar oud.

Stans : “Dat was 6 juli 1924. Ik ben van 6 juli 1923. Straf, hé. Ik ben al lid van 1957, 57 jaar dus. Ik zat al die jaren ook in het bestuur van ‘de Bond’, zoals de ‘Gezinsbond’ lange tijd heette. 90 jaar ‘Gezinsbond’ … klink wel anders dan 100. Als het God belieft, haal ik die 100 ook nog wel.”

Vorige dinsdag reed ze nog mee met OKRA naar de Paalse Plas. “Een ritje van amper 37,5 km”, zegt ze. Echt moe was ze niet.

“Ik heb mijn leven lang gefietst”, vertelt Stans, met een nog erg helder hoofd. “Een auto hebben we nooit gehad. Het moet al erg koud of heel warm zijn om me thuis te houden. Welke uitstap ik het plezierigst vind? Geen idee, ik vind alle ritten die we maken even plezant. Als de ondergrond goed vlak is, heb ik geen problemen. Op paden of wegen met bobbels erin rijd ik niet graag, dan doet mijn knie pijn. Maar doorgaans ben ik content als ik kan rijden.

– Is er ooit iets met je knie gebeurd?

Stans : “Stomme val gemaakt, met een pot pudding in de hand. Mijn heup heb ik ook eens gebroken. Er zit nog steeds een plaat metaal in mijn been. De bouten in de knie heeft men, na mijn lang gezaag, verwijderd. Lange tijd nadien hoopte zich daar nog vocht op. Dat deed telkens wel echt pijn, tegen het huilen aan.”

– Al gedacht aan een elektrische fiets? Ik wed dat vele van je vrienden al zo’n tuig hebben.

Stans : ” Ja, ja, maar daar begin ik niet meer aan. Veel te gevaarlijk op mijn leeftijd. Als mijn benen het ooit laten afweten, zal ik wel vanzelf moeten stoppen. Eigenlijk ben ik bang van die dag die er toch eens zal aankomen. Dan zal ik me echt eenzaam voelen. Ik beweeg me graag in groep. Elke keer kom ik met nieuwe verhalen thuis.”

– Heb je naast dat fietsen een gemakkelijk leven gekend?

sized_P1020736Stans : “Ik denk dat ik mijn deel van de tegenslag wel gekregen heb. Mijne Jef verongelukte dodelijk in 1964 in de mijn van Zolder, een paar dagen na mijn 41ste verjaardag. Ik heb hem nog even mogen zien in het ziekenhuis van Beringen. Hij was toen echter al dood. Verpletterd door een zware steen op zijn hoofd. Van de ene dag op de andere was ik alleenstaande weduwe met 4 erg jonge kinderen. Ik kreeg wel dubbel kindergeld, maar dat was het ongeveer. Bovendien hadden we nog het ongeluk dat we ons huis te snel hadden afbetaald. Was dat niet gebeurd, dan had men de spons gevaagd over die schulden. En zeggen dat onze Jef ocharme nog ging overwerken om die schulden zo snel mogelijk  te kunnen delgen.”

– Geen andere hulp gekregen?

Stans : “De buren en de vrienden hebben wel een omhaling gedaan. Gelukkig was er pastoor Druyts, een verstandige man. Van hem kreeg ik veel steun en raad.”

– Je bent altijd erg gelovig geweest, niet?

Stans : “Van mijn 15de sloot ik aan bij de BJB. Met de fiets woonde ik studiedagen bij. Ik zing nog in het kerkkoor en ik geloof onvoorwaardelijk in Ons Lief Vrouwke. Het geloof heeft me door het leven gesleurd. Ik heb ons moeder vele jaren in haar huis verzorgd. Elke dag op en af met eten sjouwen tussen hier en Jef van Trees. De laatste drie jaar van haar leven heb ik bij haar ingewoond. Bij mij  thuis vroor de verwarming toen helemaal kapot. Vergeten aan te zetten. Moeder stierf in 1985, ze werd net geen 100. Onze Jan, die een klein huisje had gebouwd op de plaats van ons gesloopt ouderlijke huis naast de Tessenderloseweg, woonde de laatste jaren van zijn leven bij mij in. In zijn huisje heeft hij nooit gewoond. Hij was vier jaar jonger dan ik en stierf in 2002. Normaal gesproken ben ik nu aan de beurt, maar daar lig ik niet van wakker, hoor. Wat komt, komt. Er is geen tegenhouden aan.”

Even later zat ze weer op haar fiets. Boodschappen doen in het dorp. En dinsdag staat ze weer aan de start van een nieuwe OKRA rondrit.   -ludo v-