DE ZOMERTIJD HEEFT ZIJN TIJD GEHAD …

In de nacht van zaterdag op zondag (27/28 oktober 2018) schakelen we over van zomertijd op wintertijd. Om juist te zijn: zondagochtend om drie uur ’s ochtends draaien we de klok één uur achteruit, drie uur wordt twee uur. Dat zegt ons weerman Frank Deboosere. En zo doen we ook. Misschien voor de laatste keer, maar dat is nog niet helemaal zeker.
De overschakeling naar wintertijd heeft drie directe gevolgen: je zal zondagochtend een uur langer kunnen uitslapen, de zon komt vanaf zondagochtend een uur vroeger op en gaat een uur vroeger onder.
De wintertijd zal duren tot 31 maart 2019. Dan schakelen we opnieuw over op zomertijd.
De huidige regeling voor de zomertijd dateert van 1977. Onder invloed van de economische crisis begon de overheid met de tijd te spelen. Door de uren met zonlicht meer te laten samenvallen met het leefpatroon van de mensen, hoopte men energie te besparen.

Ondertussen is dat energie-argument al voltooid verleden tijd. Verschillende studies hebben uitgewezen dat er niet wordt bespaard en dat de invoering van de zomertijd talrijke nevengevolgen heeft. Ochtendfiles rijden langer in het donker, avondfiles rijden meer in verzengende ozon-hitte, biologische klokken raken ontregeld, de zomerhitte blijft een uur langer hangen in de slaapkamers.

Geschiedenis van de tijd

Vroeger was er geen eenheidstijd in België. Middag, het midden van de dag, was dan het ogenblik dat de zon het hoogst aan de hemel stond. Maar dat verschilde van streek tot streek en varieerde in de loop van het jaar (de tijdvereffening ).

Het spoorwegnet zorgde ervoor dat we in 1892 een eenheidstijd kregen, nl. Wereldtijd of UTC (het voormalige Greenwich Mean Time). België ligt immers binnen de tijdzone van de meridiaan van Greenwich.

Dat veranderde resoluut tijdens de bezetting. Van 1914 tot 1918 hanteerden de Duitse bezetters hun tijd. Tijdens de winter liep men één uur voor op de Wereldtijd (dus UTC+1), tijdens de zomer zelfs twee uur (UTC+2). Het was met andere woorden de regeling zoals we die vandaag ook kennen. De reden lag voor de hand: om efficiënt handel te kunnen drijven, was de tijdsbinding met Duitsland van levensbelang. Louter economische redenen dus.

Dat was duidelijk van het goede teveel. Tussen de twee wereldoorlogen in schakelde de Belgische overheid over op een gematigder systeem. Tijdens de zomer gingen we één uur vooruitlopen op UTC. In de winterperiode hielden we vast aan UTC, de tijd van Greenwich.

Tijdens de Tweede Wereldoorlog kwam het systeem van de dubbele zomertijd weer in voege (zoals we het nu kennen). Vanaf 7 oktober 1946 was het dan voorlopig uit met de zomertijd-perikelen. Men koos voor een eenvormig systeem. Er werd niet meer geprutst aan de tijd. Men koos het hele jaar door voor de formule UTC+1. Tot 25 september 1977 werd er niet geraakt aan de klok. We hanteerden de middeneuropese tijd (UTC+1), winter en zomer.

Sindsdien zijn we overgeschakeld op de dubbele zomertijd. In de winter lopen we één uur vooruit op UTC, in de zomer wordt dat twee uur. Dat wil zeggen dat onze zomerse tijd in feite de oosteuropese tijd is, de tijd van Ankara en Istanbul. Een zomerse middag valt ergens rond 13.45 uur, het warmste ogenblik van de dag verschuift naar 16 à 17 uur.

De zomertijd liep vroeger tot het laatste weekend van september. Maar sinds 1996 hebben we er (onder druk van de Britten en de Ieren) nog een maand bijgedaan. De zomertijd loopt tot het laatste weekend van oktober. Concreet: de zon komt dan op rond 8.30 uur. Daarmee wordt een groot deel van de ochtendfiles ondergedompeld in duisternis. Geen wonder dat de files in oktober langer zijn dan ooit…
Zou dat veranderen nu de Brexit er aan komt???

Problemen
De omschakeling zorgt wereldwijd voor een heleboel ellende en gemiste afspraken. Het is immers een heel ingewikkeld kluwen, want verschillende landen schakelen over op verschillende data. En dat tweemaal per jaar! Het zou veel beter zijn om niet te prutsen met de tijd. Als we zondag allemaal onze klok een uur achteruit moeten draaien, staan we maandag allemaal weer in dezelfde file.

Voorstel: laat verschillende economische sectoren ’s zomers zelf beslissen of ze al dan niet vroeger willen beginnen. Op die manier spreid je de files. Dat zou pas een echte besparing zijn.

EPILOOG:

1) In Japan is er geen zomertijd. Na de aardbeving, tsunami en kernramp in Fukushima van maart 2011 gingen er stemmen op om ’s zomers toch de zomertijd te gebruiken. Uiteindelijk besliste de Japanse regering om niet over te schakelen. Het zou immers te veel kosten en misverstanden creëren. De Japanse regering nodigde tegelijkertijd de verschillende economische sectoren wel uit om ’s zomers glijdende werktijden te hanteren om elektriciteitspieken te vermijden.

2) Sinds oktober 2014 wordt er in Rusland niet meer geraakt aan de klok. President Putin besliste in juli 2014 dat de Russische klokken altijd op wintertijd zouden blijven staan. Het gepruts met de tijd was volgens Russische functionarissen verantwoordelijk voor een toename van het aantal ongevallen.

3) Met de brexit valt de druk weg om over te schakelen eind oktober.

 

Eeuwige zomertijd? Nog even geduld

De afschaffing van de halfjaarlijkse uurwijziging lijkt populair. Ze kan er wel toe leiden dat in sommige lidstaten van de Europese Gemeenschap de zomertijd zal gelden en in andere de wintertijd.

Bart Beirlant (dS) zag het zo …

BRUSSEL   ‘De mensen willen het, wij doen het.’ Met die boutade kondigde Jean-Claude Juncker aan dat de Europese Commissie zal voorstellen de halfjaarlijkse wisseling van zomer- en wintertijd voor de hele EU af te schaffen.

Dat ‘de mensen’ het willen, leidt de Commissie af uit een bevraging in de 28 EU-lidstaten tussen 4 juli en 16 augustus, waar 4,6 miljoen burgers op reageerden. Liefst 84% sprak zich uit voor de afschaffing. Negatieve impact op het bioritme, omzeggens geen energiebesparing en een groter risico op verkeersongevallen zijn de belangrijkste redenen die de ondervraagden opgeven.

Kritische vragen over de representativiteit wees de woordvoerder van de Commissie van de hand. Want vooral de Duitsers roerden zich, met ruim 3 miljoen antwoorden goed voor een deelnamepercentage van 3,79%. In België lag dat cijfer op slechts 0,55% en in Italië op amper 0,04%.

‘Lidstaten de vrijheid geven om op een ongecoördineerde manier de tijd te ­veranderen zou
negatief zijn voor de interne markt’ Violeta Bulc Europees commissaris

‘Als 4,6 miljoen mensen de tijd nemen om zich uit te spreken, kun je achteraf niet zeggen dat het niet representatief is of dat we niet om het resultaat geven’, zei Alexander Winterstein. ‘We moeten luisteren naar de stem van de Europeanen.’ Ter vergelijking: op een recente bevraging over het landbouwbeleid reageerden er 322.000 Europeanen.

De afschaffing lijkt een uitgemaakte zaak. Maar wat moet er in de plaats komen? Een grote meerderheid van de deelnemers antwoordde dat het altijd zomertijd moet blijven, en in zijn interview met de ZDF zei Juncker gisteren: ‘Zo zal geschieden.’

Of toch niet? Om niet het verwijt te krijgen dat ‘Brussel’ weer iets oplegt, ‘mogen de lidstaten en het Europees Parlement nadenken over wat er vervolgens gebeurt’, zei Winterstein. Het kan maanden duren voor ze het eens zijn.

Als de lidstaten het onderling niet eens worden over een uniforme zomer- of wintertijd voor de hele EU, kunnen ze kiezen voor ofwel zomer- ofwel wintertijd.

Dat kan vervelende gevolgen hebben voor burgers en bedrijven.

‘Lidstaten de vrijheid geven om op een ongecoördineerde manier de tijd te veranderen, zou negatief zijn voor de interne markt’, waarschuwde de bevoegde Europees commissaris Violeta Bulc in februari nog. ‘Nu heb je ook al drie tijdzones binnen de EU’, suste Winterstein gisteren.

Ook Europarlementslid Hilde Vautmans (Open VLD) waarschuwt dat ‘we te pas en te onpas onze klok zullen moeten aanpassen als we door Europa reizen’ als er geen uniforme tijdregeling uit de bus komt. ‘De lidstaten zouden allemaal voor de zomertijd moeten kiezen’, zegt Vautmans (Open VLD), ‘dan luisteren ze naar de stem van de Europeanen. Je kunt niet een beetje luisteren.’

Premier Charles Michel is alvast voorstander van eeuwige zomertijd in België.