DE WINDMOLEN IN VEERLEDORP

Laatste Veerlese molenaar zou vandaag 107 geworden zijn .

Knipsel-dorpsmolen– foto genomen aan het eind van de jaren 1940.

– De dorpsmolen in al zijn glorie

– rechtsboven Georges , kortweg Jos , de laatste molenaar van Veerle .

 

LAAKDAL – Vroeger werd wel eens lacherig gezegd dat de pastoor in zijn kerktoren en de mulder op zijn windmolen de hoogstgeplaatste heren van de gemeente waren . Het leven was traag en zag er idyllisch uit . De opkomende welvaart in de jaren 1950 en 1960 veranderde dat beeld helemaal . Zekerheden van honderden jaren oud uit veranderden in een oogwenk . De moderne tijden waren niet meer te stuiten . Alleen de nostalgie is gebleven .
Boven in de grote balk van het zware houten molengeraamte kon je duidelijk de datum 1798 lezen . In dat jaar werd de Dorpsmolen door de Franse revolutionairen onafhankelijk gemaakt van herenrechten en verkocht aan ene Joannes Verboven met de last om 2600 zakken graan per jaar te malen .

jos vd meulderGeorges (Jos) Vervloet , de laatste molenaar van Veerle , zou vandaag 20 januari precies 107 geworden zijn ware het niet dat hij 37 jaar geleden de strijd verloor tegen twee fel aangetaste stoflongen en een zwak hart . Echt gezond was malen in die tijd niet in een voortdurende stoffige omgeving zonder afzuigsystemen .

20 januari is toevallig ook de dag waarop de nieuwe president van de VS om de vier jaar zijn plechtige ambtsaanvaarding, zeg maar inauguratie, aflegt . Donald Trump , de 45ste president , deed dat in 2017 . Georges heeft dat nooit geweten . Zijn belevingswereld reikte nog lang niet tot in Amerika . Hij stierf in 1982 op de zonnige zondag 6 juni , D-day in 1945 die het einde van de tweede wereldoorlog een definitief elan gaf .

Georges was de jongste van de molenaarsfamilie Vervloet die omstreeks het midden van de 19de eeuw eigenaar werd van de Dorpsmolen aan de Tessenderloseweg .
Vader Victor stierf in 1916 op zijn 48ste aan een hartinfarct . ‘Iets gekregen’ , was toen de simpele uitleg voor zulk indringend feit . Moeder Marie bleef achter met 4 kinderen . Sociale uitkeringen waren er niet . Het werd dus hard werken om brood op de plank te krijgen .

Molenaars vanaf 12

Jef , de oudste zoon , verhuisde van de ene dag op de andere van de schoolbanken naar de molen . Hij kende al iets van de stiel maar gelukkig was er molenaar Loffens uit Eindhout om hem helemaal in te wijden in zijn toekomstige broodwinning . De beide families werden en bleven daardoor heel erg goed bevriend .
Georges , de jongste , was pas 4 toen vader stierf . Op zijn 12de verkaste ook hij op zijn beurt van de school naar de molen . Van dan af gingen Jef en Jos door het leven met de firmanaam ‘Gebroeders Vervloet’ .
Werken op een windmolen ziet er idyllisch uit , maar was het niet . Een molen hangt immers helemaal af van de natuurelementen en die willen weleens grillig zijn . Een windmolen kan niet zonder wind . Als die het overdag laat afweten en ’s nachts pas begint te blazen kan je je nachtrust wel vergeten .

In de zomer geen probleem , wel in de winter wanneer de zeilen eerst moesten losgemaakt worden met emmers kokend water en je constant je handen moest warmen aan het versgemalen, warme meel . In de zomer maalde je met de deuren wijd open , maar als de koude kwam , was die deur de enige bescherming tegen de natuurelementen . Verwarming was er , buiten dat heerlijk warme meel , niet . Meelstof des te meer.

molenDe windmolen is actief geweest tot 1953. Dan namen de elektrische molen op de Heide (foto l) en de dieselmotor in de schaduw van de windmolen zijn plaats definitief in .

P1010101

Bokrijk ? Fermettes !

De windmolen kon in 1955 naar Bokrijk , maar Jef verzette zich fel . Hij kon zijn houten monster niet missen . Jef overleed echter al in 1960 , de molen sneuvelde een eerloze dood in 1965 (foto r) en zou de volgende jaren in verkapte vormen voortleven in talloze fermettes die het symbool waren van een ‘zekere rijkdom’ in de zestiger jaren . Het molentijdperk was definitief afgesloten .
Het oude molenhuis en de nieuwere (1949) maalderij geven tegenwoordig mee woongelegenheid aan 12 families in de nieuwe sociale woonwijk aan de Tessenderloseweg .

Niets herinnert er echter nog aan de windmolen van weleer . De molen leeft alleen nog verder in de herinnering van de oudere generatie die destijds , tussen het wachten op de gemalen zakken door , de nieuwtjes uit het dorp aan elkaar vertelde onder de molentrap .

Onderstaand versje vond ik nog ergens in een oud en stoffig boekje. Ik kon niet nalaten om het hier af te drukken.

De Maalder

Zie den maalder , wit bestoven , boven op den molen staan , blozend als een kriek en gezond als een blieksken .
Hoort hoe welgezind hij zijn lustig deuntje zingt .
De wind zit goed , de maalder verdient zijn brood : want ieder boerken zendt hem graan omdat hij zijn stiel zo goed kent .
Hij is gewend aan het zakken dragen en lijdt er niet onder .
Hij laadt ze op de kar of op den wagen en de boer rijdt er blijgezind mede weg .
”Dag maalder .”
“Dag boerken , tot later zoo God het wil en wel smake het brood .”
Werken is gezond en ‘t is daarbij plezant voor die het gaarne doen .

Ludovicus V. 1843

Toegift

De oudste molen van deelgemeente Veerle, een watermolen bevond zich ca 1350 op de oevers van de Grote Laak op de grens met Vorst. Besauwen heette toen de plaats die wij nu nog steeds ‘de brug’ noemen.

Een andere watermolen lag in Blaardonk langs diezelfde Laak en was eigendom van de abdij van Averbode.

Toen die laatste ook helemaal vervallen was, werd in Haanven in 1723 een windmolen opgericht door de abdij. Adriaan Meeus was de eerste molenaar. De laatste was Jan-Baptist Onsea.