VANDAAG BEGON DE ASTRONOMISCHE WINTER 2015

De astronomische winter begon vandaag 22 december 2015 om 5.48 uur.  De zuidpool baadt vandaag de hele dag lang in de zon. Op de noordpool is het continu nacht.

Knipsel frank1

Dat fenomeen legt Frank Deboosere even in het kort uit. Op zijn website vind je nog meer.

 

In het noordelijk halfrond zijn de dagen nu kort en de nachten lang. Op het zuidelijk halfrond is het net andersom.

 

De astronomische seizoenen beginnen niet altijd mooi op een 21-ste, zoals we vroeger op school leerden. Meer zelfs, de astronomische herfst is in onze tijdrekening nog nooit begonnen op 21 september!

 

Voor weerkundigen is het moeilijk om te werken met seizoenen die niet beginnen op vaste dagen van het jaar. En dus hebben we het ons gemakkelijk gemaakt. De weerkundige seizoenen beginnen altijd op de 1-ste van de maand: 1 maart, 1 juni, 1 september en 1 december. Makkelijk om te rekenen.

 ELLIPS

De aarde draait in een ellipsvormige baan rond de zon. Het was Johannes Kepler (1571-1630) die dat voor het eerst formuleerde: de “eerste wet van Kepler”.

Knipsel 22Knipsel 22a
De kortste afstand tot de zon wordt bereikt rond 4 januari. De aarde staat dan in het zgn. “perihelium” op een afstand van ongeveer 147.100.000 km van de zon. Het “aphelium” is de verste afstand tot de zon: die wordt bereikt rond 5 juli en bedraagt ongeveer 152.100.000 km.

Dat lijkt vreemd: in putje winter (voor het noordelijk halfrond) staat de aarde zo’n 5 miljoen km dichter bij de zon dan begin juli. De intensiteit van het zonlicht is begin januari ongeveer 7% groter dan begin juli. En toch is het winter bij ons!

De verklaring is simpel. De seizoenen zijn niet afhankelijk van de afstand van de aarde tot de zon.

Het is de hoogte van de zon boven de horizon (en daarmee samenhangend het aantal uren daglicht) dat de seizoenen veroorzaakt.

De wisselende maximale zonnehoogte doorheen het jaar is een rechtstreeks gevolg van de schuine stand van de aardas ten opzichte van het vlak waarin we rond de zon draaien.

 EN TOCH…

Op basis van de afstand tot de zon zou je verwachten dat de zomers in het zuidelijk halfrond (december, januari en maart) gemiddeld gesproken warmer zijn dan de zomers van het noordelijk halfrond (juni, juli en augustus). Dat blijkt niet zo te zijn.

Het noordelijk halfrond bestaat namelijk voor een groot deel uit land. In het zuidelijk halfrond overheersen de oceanen. Nu warmt water veel langzamer op en koelt het veel langzamer af dan land.

Continenten reageren sneller en feller op wisselende zonshoogte en daglengte dan oceanen.

 

-ludo vervloet-